Grazende waterhoenen

Waterhoen. Foto Koos Dijksterhuis
Waterhoen. Foto Koos Dijksterhuis

Van de week zag ik een dozijn waterhoentjes gezamenlijk de oever optrekken. Ze stapten door het gras naar het fietspad waarop ik fietste. Was ik afgestapt, dan waren ze er vast vandoor gesneld. Waterhoentjes kunnen uitstekend sprinten, maar ik fietste door en de groep bleef stappen.

Dat waterhoentjes het gras oplopen, heb ik al vaak gezien, vooral ’s winters. Maar in zo’n grote, compacte groep zag ik ze dat niet eerder doen. Meerkoeten juist wel. En hoewel die elkaar in hun territorria te water reeds klapwiekend bestrijden, grazen ze nog steeds in groepen de oevers af. Beide soorten eten plantaardigheden, maar zullen een kruipend diertje evenmin versmaden.

Meerkoeten en waterhoentjes worden vaak verward, hoewel ze er anders uitzien. Wel zijn het allebei watervogels en horen ze beide tot de familie van de rallen. Ze zijn allebei zwart en stappen rond op grote poten, zonder vliezen. Maar meerkoeten zijn groter, ronder en plomper. Meerkoeten hebben een witte snavel en bles, waterhoenen een rode snavel met gele punt. Waterhoenen lopen met opgestoken staart, die tijdens het stappen meewipt. De staart vertoont een witte, omgekeerde V. Meerkoeten hebben zwarte poten met lobben, waterhoentje shebben gele poten zonder lobben. De laatste zijn schuwer en lopen behoedzamer. En zijn niet vaak in groepen te zien.

Behalve deze groep dus. Misschien hebben ze de kunst van het groepsgebeuren afgekeken van meerkoeten. Voor watervogels is een excursie te land een angstaanjagend avontuur. Er kan een hond of kat komen, een vos of een bunzing. Vele ogen zien meer, vele kelen maken meer lawaai, vele vleugels en poten meer stampei. Als meerkoeten zich in een groep al veiliger voelen, dan de angstige waterhoenen vast ook.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 25 feb. 2016)