Grauwe kiekendief vangt veldmuizen in de zomer, sprinkhanen in de winter

Grauwe Kiekendief (man), Senegal © Ben Koks

‘Ze eten van alles, maar voor een nest jongen zijn ze afhankelijk van veldmuizen’, zegt Christiane Trierweiler over grauwe kiekendieven. De biologe promoveert komende vrijdag in Groningen op deze elegante roofvogels. Nu verblijven die in West-Afrika, waar ze op de savanne sprinkhanen vangen. Eind april komen ze hier. In Nederland broeden enkele tientallen paren, dankzij het onvermoeibare beschermingswerk van de Werkgroep Grauwe Kiekendief, waar Trierweiler in 2003 stage liep.

Trierweiler ploos braakballen en literatuur uit, waaronder twintig jaar gegevens van de Werkgroep. Ze hield vanuit schuiltentjes twee broedsels in de gaten met een videocamera. Zo kon ze zien wat de jongen te eten kregen.

Bijna de helft van de prooien zijn veldmuizen. Veldleeuwerik, graspieper, gele kwikstaart en spreeuw zijn goed voor dertig procent. Verder bestaat het prooitableau uit andere kleine zoogdieren en vogels, grote insecten en eieren. Ze eten wat de pot schaft, maar grauwe kiekendieven houden hun kuikens het meest succesvol  in leven met veldmuizen.

Veldmuizen mogen dan de helft van het aantal prooien vormen, qua gewicht doen ze voor een derde mee. In gewicht blijken hazen verrassend belangrijk te zijn als prooi. Na de lange vlucht uit Afrika moeten de kiekendieven aansterken. Eind april zijn er weinig veldmuizen, jonge hazen juist veel. Een haas is een te grote buit, maar een jonge haas lukt wel. Die hakken ze in hapklare brokken.

Trierweiler studeerde af en kreeg in de Werkgroep een promotieplaats van de Rijksuniversiteit. Zij werkte mee aan het zenderen van tien grauwe kieken in Groningen en Flevoland, om hun jacht in kaart te brengen. Met een collega volgde ze jagende kiekendieven per auto; de één sturend, de ander uit het raam hangend met een antenne. Braakland, maar ook luzernevelden en grasland blijken de grootste kans op buit te bieden.

Ze volgde vogels uit Nederland, Duitsland, Denemarken, Polen en Wit-Rusland tot in Afrika, niet met radiozendertjes maar met lichtgewicht satellietzenders. Grauwe kiekedieven blijken geen ronde door Afrika te vliegen, via Spanje zuidwaarts en terug door Italië, zoals iedereen dacht. Sommige Oost-Europese broedvogels neigen naar de heenweg via Griekenland en de terugweg over Italiè, maar de meeste grauwe kieken vliegen heen en weer langs dezelfde route over Spanje of Italië. Als ze de reis overleven tenminste, want er komen nogal wat kiekendieven om in zandstormen of door kogels van jagers met losse handjes.

Als ze de gevaren doorstaan, vliegen ze naar de savanne, waar ze elkaar soms weer tegenkomen. Met andere werkgroepleden reisde Trierweiler erheen. In Afrika blijken de roofvogels nauwelijks muizen te vangen, maar vrijwel uitsluitend sprinkhanen.

Grauwe Kiekendief, © Hans Hut

‘De kiekendieven en allerlei andere vogels zitten vooral op hellingen die nog begroeid zijn met struiken’, zegt de promovenda. ’Daar ritselt het van de sprinkhanen. Maar akkerbouw, begrazing en houtkap tasten het landschap aan.’

De teloorgang van het savannelandschap blijkt een ernstiger bedreiging te zijn dan de gevaren tijdens de trek. Net als in Nederland, waar alleen met nestbescherming en akkerranden de vogels kunnen overleven. In Afrika hoeven ze geen jongen op te voeden, maar veel jonge kiekendieven blijven hun tweede zomer in Afrika, voor ze terugkeren om zelf te broeden. Afrika is dus van levensbelang voor ze. Daar overwinteren nu zeventig procent minder grauwe kieken dan in de jaren ’70, toen de Franse roofvogelexpert J.M. Thiollay er tellingen deed. Blijkbaar hebben veel kiekendieven hun Afrikaanse en Europese jachtvelden ingeruild voor de eeuwige…