Graspiepers en vinken trekken over

graspiepers
Graspieper Foto Jeanette Essink

De zangvogeltrek is in volle gang. Hoewel de nazomer maar voortzomert, zijn veel graspiepers en vinken op de wieken. Hun gepiep en getjup vult de lucht als ze overgolven. Op naar het zuiden!

Graspiepers en vinken werden zaterdag het meest geteld op de trekvogelteldag. Graspiepers vlogen met ruim, vinken met krap honderdduizend in het vizier. Tot mijn vreugde haalde de spreeuw de derde plaats, hoewel het er nog niet half zoveel waren als graspiepers. In september begint de spreeuwentijd. Met de nieuwe generatie en arrivés uit Noordoost-Europa zijn er nu veel. En in september beginnen ze te zingen alsof het lente is.

Ook kneutjes, boerenzwaluwen en kwikstaarten haalden de top-10. Hoewel het voor en na afgelopen weekend oostenwind was, blies er zaterdag een herfstige zuidwester. Dat betekende tegenwind voor de trekvogels. Vooral kleine vogels zoeken dan de relatieve luwte van de grond. Ze vliegen laag en worden daar gezien en geteld.

Graspiepers en vinken zijn beide talrijke zangvogels, trekken nu allebei massaal door, terwijl beide ook in Nederland overwinteren. Maar daar houdt de gelijkenis op. Vinken zijn kleurige, mollige bosvogels met een stompe snavel om zaad te eten. Graspiepers zijn grauwe, slanke weidevogels met een spitse snavel om insecten te eten.

Vinken schuimen weldra de tuinen af, op zoek naar zaden. Graspiepers blijven in het open land: weilanden, akkers, heiden en duinen. Ze broeden tussen het gras op slootkanten en grazige dijken en hebben het zoals alle vogels van het boerenland moeilijk in hun almaar verder gesteriliseerde leefgebied. Hun nog altijd hoge aantal van zo’n tachtigduizend paar neemt langzaam maar gestaag af. Vinken broeden in bomen en zijn met zeven keer zoveel. Maar op de trekvogelteldag lieten ze de graspiepers in aantal voorgaan.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 5 okt. 2016)