Grasmot

Blauwooggrasmot, Foto Koos Dijksterhuis

Soms fladderen er piepkleine, lichtbruine vindertjes op, als ik door de tuin banjer. Ze gaan meestal gauw weer zitten, het zijn nachtvlinders. Tegen de avond worden ze actief. Maar hoewel ze het daglicht schuwen, komen ze wel op kunstlicht af. Ze vliegen zomaar naar binnen. Overdag wachten ze roerloos op de avond, hun vleugels gevouwen. Ze lijken een strootje. Hun antennes wijzen naar achteren, hun neus naar voren. Een lange neus is het.

Grasmotten zijn het, een lastige familie om wegwijs te worden, want grasmotten zijn er in vele soorten maar de maat is altijd klein. Ze lijken op elkaar, ze fladderen allemaal op als je door het gras loopt, gaan gauw weer zitten, worden ’s avonds wakker en komen op het licht af. Ze leggen hun eitjes op gras, de rupsjes boren zich in de stengels. Toch zijn er verschillen. De ene soort houdt van kleine grasjes, de andere van grote, tot maïs en andere granen aan toe. De ene heeft een vlek op de vleugels, de andere een streep, de volgende een kleurtje en de blauwooggrasmot heeft blauwe ogen.

Van de grasmot op de foto vielen mij de ogen als schoteltjes op. Die zijn weliswaar wit, maar lijken verder sterk op de ogen van de blauwoog. Ook de rest van het vlindertje lijkt net iets sprekender op de blauwooggrasmot dan op een andere in tuinen levende soort: Chrysoteuchia culmella. Voor de zekerheid zette ik hem op waarneming.nl en daar werd gezegd blauwooggrasmot.

Vanwege de voedselvoorkeur van hun rupsen, worden grasmotten niet geliefd door graanboeren. De piepkleine grazers hebben een grote eetlust en kunnen in een gras- of graanveld met vele zijn.