Gezoem in de hei

Aardhommel. Foto Koos Dijksterhuis
Aardhommel. Foto Koos Dijksterhuis

Op 25 maart zag ik de eerste hommels. Het waren er vier en ze kropen in een tuin door dophei. De tuinvariant van dophei bloeit nu. Fijn voor die hommels, die nectar nodig hebben als brandstof.

Aardhommels zijn joekels van hommels. Ze wagen zich op zonnige lentedagen uit hun holen, waarin ze overwinterden. Ze zijn uitgehongerd en moeten nectar hebben. De razendsnelle vleugelslag en het in de lucht houden van dat logge lijf kosten veel energie.

De hommels zijn allemaal vrouwtjes. Die gaan nu op zoek naar een nestelplaats. Misschien belanden ze weer in hun winterhol, waarschijnlijk komen ze ergens anders terecht. De komende weken zullen ze laag over de grond en vlak langs muren zoemen. Ze vliegen langzaam, ze inspecteren de boel. Vinden ze een gaatje, dan kruipen ze erin. Is het diep en wijd genoeg? Is het nog vrij? Dan zou de hommel kunnen besluiten tot de bouw van broedcellen, waarin ze eitjes legt. Daaruit komen dan helpers die voedsel en bouwmateriaal verzamelen, opdat moeder-overste zich kan wijden aan waar ze goed in is: voortplanten. Zij is afgelopen herfst bevrucht door mannetjes, die alleen maar even leefden om te paren en die na de paring dood zijn gegaan. Bij hommels is de man gereduceerd tot zijn essentie.

De koningin-moeder kwam uit een nest dat ze verliet. Alle hommels verlieten het nest. De mijten, die geen bloed zuigen maar van hommelrommel in het nest leven, zagen de bui al hangen en klampten zich vast aan uitvliegende hommels. Wie de hommel op de foto als rijdier koos, heeft geluk. Ze leeft nog en zal een nieuw nest inrichten, waar de mijten onbekommerd een half jaar kunnen leven.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 6 april 2016)