Gewillig lantaarntje

Lantaarntjes parend. Foto Klaas Hitman
Lantaarntjes parend. Foto Klaas Hitman

Klaas HItman stuurde foto’s van waterjuffers in een paringswiel, de verstrengeling waarin ze paren. Het mannetje heeft twee grijpertjes aan zijn achterste (tiende) segment, waarmee hij vrouwtjes in hun nek grijpt. Als het vrouwtje hem wil, of van het gezeur af wil, buigt ze haar onderlijf vooruit, om het sperma uit een reservoir onder ’s mans borst te tappen. Ze haakt zich vast met haar vulvadoorn, die uit háár achterste segment steekt.

Een van de paringswielen die Klaas vastlegde, zit niet volgens de regels in elkaar. Het mannetje heeft haar niet in een ‘nekklem’, zoals Klaas het noemt. Het vrouwtje houdt het achterwerk van de man met haar zes pootjes vast.

Van lantaarntjes en andere libellen zijn de vrouwtjes vaak bezig met het ontwijken van opdringerige mannetjes. Zoals bij veel diersoorten kan de geslachtsdaad voor vrouwtjes ingrijpende gevolgen hebben. Een lantaarntje komt zelfs na de zaaddonatie niet meteen van haar man af. Mannetje houdt haar in zijn nekklem tot zij de door hem bevruchte eitjes op een waterplant heeft afgezet.

Als hij haar eerder loslaat, zou het vrouwtje andere mannen achter zich aan krijgen. Degene die haar weet te strikken, schraapt dan eerst haar vulva leeg van het zaad van zijn voorganger. Dat gebeurt soms, omdat het na een eileg wel een dag kost tot de nieuwe eitjes rijp zijn. Geen man wil zolang wachten.

Van lantaarntjes zijn de mannetjes overwegend zwart, met een felblauw achtste segment. Volwassen vrouwtjes zijn groen met een bruin lantaarntje, maar kunnen ook zwart met blauw zijn. Meestal is één kleurvorm in de meerderheid. Mannetjes zoeken vrouwtjes van die meest voorkomende kleur, en merken de afwijkende kleur minder gauw op. Die gekleurde minderheid heeft dus geen last van opdringerige kerels.

Het vrouwtje op de foto lijkt geen bezwaar te maken tegen het mannetje. Ze omarmt hem zelfs – een voor libellen uitzonderlijk standje.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 3 juli ’20)