Geplas in de kwelder

Slenk Oosterkwelder Schiermonnikoog, © Koos Dijksterhuis

Bij de Kobbeduinen eindigt het Schiermonnikoger web van schelpenpaden. Op het duin kijk je over de kwelder, uit de oostelijke horizon steekt het baken van Willemsduin. Vijf kilometer hemelsbreed. Over het kwelderpaadje is het veel verder. Paadje? Ooit werd het een drukke fietsroute, waarover zich stiekem zelfs huurfietsers waagden. Mocht niet, maar er bleef toch nauwelijks slijk aan de fiets hangen, het was een begaanbaar pad. Toen kwam Natuurmonumenten. De beheerder legde een strandpad aan langs de stuifdijk en liet die stuifdijk zelf juist verloederen. In de kwelder kregen de elementen carte blanche. De slenken uit de Waddenzee kronkelden met het jaar dieper landinwaarts, sommige helemaal tot op het Noordzeestrand. Fietsers kwamen er allengs lastiger door. Ik deed het nog een paar keer met een kind achterop. Dan moet het zonder kind zeker lukken. We stormen opgewekt op onze barrels de Kobbeduinen af, de kwelder in, en moeten meteen stoppen voor de eerste slenk. Springvloed. Het water stroomt om het brugje heen. We stuiten op de ene na de andere slenk. Ze zijn steil, nat en zacht, we zakken erin en waden op blote voeten, grijs van het slijk. Niet dat we onze schoenen droog houden. De vlakten tussen de slenken staan blank. Ook waar het gras droog lijkt, staat water.  Je kunt beter meteen soppen, dat scheelt veel getreuzel. Het paadje ligt op de bodem van het moeras.

We vorderen langzaam. Onze neuzen vullen zich met de grondse geur van slik, de zilte geur van zee en de kruidige geur van zeealsem. De kwelder is herfstig van kleur: alle denkbare varianten van rossig, geel, bruin, paars en zilvergroen. Er waadt een rosse grutto door een slenk, er vliegt een wulp over, een groenpootruiter, groepjes veldleeuweriken en graspiepers. Spreeuwen zwermen van duindoorn naar duindoorn. Duindoorns groeien op de duintjes – eilandjes in de zompige oneindigheid. We plasdrassen een uur, twee uur. Af en toe vliegen watersnippen op, met een krasserige kreet. Ze klapwieken laag weg om ineens het luchtruim te kiezen. Daarin verschillen ze van de twee andere snippen die we opschrikken: bokjes. Die vliegen pas op als je bijna op ze staat, scheren zich tientallen meters weg en ploffen gauw terug in het natte gras. Ze zijn kleiner dan watersnippen, slaken geen kreet, ze doen er het zwijgen toe. Onopvallend dus, maar tijdens hun vlucht knallen hun goudgele rugstrepen eruit. Je ziet bokjes weinig, maar er zijn er meer dan je ziet, zolang ze blijven zitten zie je ze niet. Vriendin vraagt waarom een bokje bokje heet. En of het vrouwtje van een bokje geitje heet. Nee, dat niet. Watersnippen worden hemelgeitjes genoemd, omdat ze in hun baltsvluchten een mekkerend geluid maken met hun staart. Misschien dat bokjes een afgeleide zijn van die geitjes, ik weet het niet. Ik vind het leuk om watersnippen te zien, met hun prachtige schutkleuren en hun kippige postuur met korte staart en lange snavel. Bokjes, twee nog wel, maken mijn dag helemaal goed.

Langzaam krimpen de Kobbeduinen en groeit Willemsduin. Er zijn, vertelde de gepensioneerde boswachter, zes velduilen op het eiland, maar die zien we niet. Wel sjeest er regelmatig een haas vandoor, met platte oren onder pollen kweldergras door duikend. Soms kunnen we even fietsen, als we heel hard trappen. Ineens zakt mijn fiets tot aan de assen in een onzichtbare poel en klap ik over het stuur. Ik kan genieten van dit soort ploetertochten, maar overweeg ernstig de volgende keer geen fiets mee te nemen. Eindelijk halen we Willemsduin. Zelfs het baken staat in nattigheid. Op het duin ploffen we neer, de zon breekt door en glinstert in de slenken, die door roestig lamsoor en zilver zeealsem slingeren. In het zuiden schittert de Waddenzee, in het noorden gluurt de Noordzee als een donkerblauwe streep over de jonge duinen op het Oosterstrand. Een blauwe kiekendief jaagt langs. In een minuut legt de slanke roofvogel de afstand af, waar wij ruim twee uur over ploeterden.

Eén gedachte over “Geplas in de kwelder”

  1. goeie avond koos
    wat bof jij toch met vriendin, die met jou de kwelders doorplast! ik denk dat jullie goed bij elkaar passen.
    en dan ploeter je 2 uur en dan wordt je je die slanke roofvogel gewaar. mooi hoor! gelukkig zijn kwelders zacht, want over het stuur klappen mag de pret niet drukken.
    bedankt voor dit verhaaltje bij mijn zondagochtendkopjekoffie. zaterdag was ik niet aan de krant toe gekomen.
    fijne week susanne

Reacties zijn gesloten.