Gele velden

Koolzaad, Foto Koos Dijksterhuis

Het eerste koolzaad zag ik eind januari bloeien. Toen leek de herfst naadloos over te gaan in de lente. Plotseling viel de vorst in, met een temperatuur tot min 17. Het koolzaad bevroor in de bloei zijner leven. Ook het koolzaad op de akkers, dat nog lang niet bloeide, kwam voortvarend uit de bodem op. Het leed in februari fikse vorstschade. Vandaar dat er nu, normaal gesproken de hoogtijdagen van de koolzaadbloei, weinig koolzaad bloeit. Nochtans zag ik in de buurt van Ten Post en bij Saaksum fraaie velden bloeien.

Ik houd wel van koolzaad. Het geeft kleur aan het vaak grauwe of egaal groene platteland. Er zoemen bijen en andere insecten rond de gele koolzaadbloemen, die een heel specifiek geurtje verspreiden. Niet lekker, niet vies, wel een beetje weeïg. Daar zijn weer allerlei vliegen van gediend. Op de insecten komen zangvogels af, zoals witte en gele kwikstaarten, graspiepers en blauwborstjes. Je ziet ze als vliegenvangers rondfladderen, van tijd tot tijd toehappend en de prooi afvoerend naar een plekje om rustig te smikkelen, maar meestal naar de bedelende jongen in het nest.

Koolzaadbloem. Gek woord. Eerst krijgt een plant bloemen, daarna pas zaad. Paardebloemzaad bijvoorbeeld, of zonnebloemzaad. Paardezaadbloem bestaat niet. Koolzaadbloem is een uitzondering, omdat de plant verbouwd wordt voor het zaad. Daaruit wordt olie geperst, voor in de dieselmotor. De uitgeperste resten zijn eiwitrijk en belanden bij het veevoer. Mensen consumeren koolzaad lang zoveel niet als bijvoorbeeld het sterk verwante mosterdzaad. Koolzaadolie wordt als grondstof in de voedingsindustrie gebruikt, maar nauwelijks als bakolie. Sommige culinaire handelaars prijzen het nochtans aan als exclusief en elitair topproduct, uiteraard voor een elitaire topprijs.

Eén gedachte over “Gele velden”

Reacties zijn gesloten.