Gele sliertjes, gele stralen

Klein hoefblad op geschubde stengel. Foto Koos Dijksterhuis
Klein hoefblad op geschubde stengel. Foto Koos Dijksterhuis

Je kon mijn vader een plezier doen door bij een klein hoefblad op zijn retorische vraag “wat is dat voor bloem?” te antwoorden: ”paardebloem”. Dan kon hij zich verlustigen in honend gesnuif. Ieder jaar in februari gebeurde dat wel een keer.

Conform een eeuwenoude traditie komt klein hoefblad in februari tot bloei. Nu dit jaar de bloemen een week of zes vroeger beginnen dan hun voorgeschreven bloeitijd, had ik klein hoefblad al rond Kerst verwacht. Maar ik heb er nog steeds geen gezien en het is al maart! Wel zie ik op iedere wandeling paardebloemen bloeien. Soms wel drie bij elkaar en nog een uitgebloeide ook, die al een pluizenbol heeft. Het is verleidelijk om te denken: de natuur is in de war, maar in werkelijkheid ben ik in de war. Het zal die hoefbladen en paardebloemen worst wezen.

Paardebloemen lijken op klein hoefblad. Het zijn allebei composieten: samengestelde bloeiwijzen van een heleboel kleine bloempjes. Gele bloempjes.

Paardebloemen bestaan uit lintbloemen, die gele sliertjes. Elk sliertje is een bloem, waarvan de bloemblaadjes zijn vergroeid tot één sliertig blaadje, de bloemkroon. Onderaan die bloemkroon zit het vruchtbeginsel met de stamper.

Klein hoefblad zit iets anders in elkaar, daarvan staan de bloemen als een krans om een kern van buisbloempjes heen. De bloempjes in de krans worden straalbloemen genoemd. Klein hoefblad lijkt meer op een stralend minizonnetje dan paardebloem.

Een ander verschil, legde mijn vader graag uit, is dat paardebloemen op hun holle, knakbare stengels uit bladrozetten groeien, terwijl klein hoefblad op geschubde stengels uit de grond komt, zonder blad. De hoefbladeren komen later en blijven dan tot in de zomer zichtbaar, als de bloemen allang uitgebloeid zijn.

Naschrift: intussen heb ik er tientallen zien bloeien!

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 1 maart 2016)