Help, mijn mees is klusser

Koolmees voor nestkast. Foto Koos Dijksterhuis
Koolmees voor nestkast. Foto Koos Dijksterhuis

In de tuin hoor ik geklop. Is het een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker? Een specht? Nee, een specht zou hameren; dit zijn zachtere klopjes. Het geluid komt uit de mezenkast. Gisteren zag ik er een mees inglippen met een snavel vol mos. Hij of zij is de kinderkamer aan het verbouwen. Help, mijn mees is klusser.

Later zie ik een mezenkopje door het vlieggat naar buiten turen. Een andere koolmees komt aangevlogen met iets lekkers in zijn snavel. Hij hipt via twee takken naar de kast en reikt het zijn vrouwtje aan. Ik zie geen verschil tussen man en vrouw mees, maar koolmezen houden zich aan een vrij ouderwetse taakverdeling tussen man en vrouw.

Als ik weer binnen zit, is er door het raam allerlei gescharrel en genestel te zien. De mees is niet de enige die mijn grasarme mosveldje bezoekt. Met snavels vol mos zie ik vinken, merels en zanglijsters de bosjes in verdwijnen. Aha, daar in de heg komt het lijsternest. Wat hoop ik dat ze het redden. Maar met iedere vijf minuten een kat is die kans minimaal.

Eksters vliegen met takken naar een boven de wijk uitstekende kruin. Hun nest vordert gestaag – een takkenbos met een opening aan de zijkant. En waarachtig landt er een spreeuw op het mosgazon. Een mannetje, met lichtblauwe snavelbasis. Ik miste de spreeuwen al: eerst broedden ze met twee paar onder mijn dak, vorig jaar met één paar en nu vreesde ik dat ze het voor gezien hielden. Maar hij pikt een strootje op en vliegt ermee uit beeld.

Tussen het genestel door hipt een winterkoninkje over het mos. Die verzamelt geen nest-, maar maagvulling.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 5 april 2016)