Gallig eikenblad

Lensgallen. Foto Koos Dijksterhuis
Lensgallen. Foto Koos Dijksterhuis

Op de grond liggen eikenbladeren met aan hun onderkant geelgroene rondjes. Zijn het schildluizen? Schimmels? Gallen? Ik denk gallen, want ze zien er gallig uit en eiken zijn in trek bij galwespen.

Gallen zijn het resultaat van groeispurts van de plant of boom waar ze opzitten, als reactie op een galwesp, galmug of schimmel. Gallen bestaan dus uit weefsel van de plant, in dit geval de eik.

Ik ken diverse gallen maar deze kende ik niet. Daarom zette ik de foto op een determinatieforum waar mij de oplossing per omgaande werd verstrekt door Hans Gartner en Gertjan Martens, hartelijk dank. Het zijn lensgallen, van de lensgalwesp. De gewone lensgalwesp, wel te verstaan, een algemeen wespje dat zo klein is, dat hij door mensen zelden wordt opgemerkt, en al helemaal niet als wespje herkend wordt, laat staan als galwespje. Ik zie de gallen nu overal waar eiken staan.

Lensgalwespjes veroorzaken twee keer per jaar gallen, maar alleen in de herfst platte lensgallen. In de lente leggen lensgalwespenvrouwtjes eitjes op pas ontloken eikenblaadjes en eikenbloempjes. De eik reageert dan met galletjes die eruitzien als rode besjes. Daarin leven de wespenlarfjes. Dat kunnen vrouwtjes zijn of mannetjes. Die kruipen als wespjes tevoorschijn, paren en leggen opnieuw eitjes op eikenblad. Dat worden de lensgalletjes die in deze tijd van het jaar eikenbladeren kunnen bedekken. De larfjes die erin zitten, zijn uitsluitend van het vrouwelijke geslacht. Die larvenvrouwtjes overwinteren in de gal. In de lente vliegen ze uit en leggen ze zonder geslachtsgemeenschap eitjes die bessengallen veroorzaken.

Op diverse websites lees ik dat lensgallen in de herfst van het blad vallen, voor het blad zelf valt. Als ze nog op het gevallen blad zitten, zoals op de foto, zouden ze uitdrogen en ten dode zijn opgeschreven. Als dat waar is, is het nogal een verspilling, want ik vind veel bladeren vol lensgallen.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 24 november ’21)