Free Morgan!

Tonijn op visveiling Tokyo, © Mary Stottelaar

Tot voor kort kon je bij Tarifa in Zuid-Spanje orca’s zien patrouilleren. De enorme zwaardwalvissen bewaakten de Straat van Gibraltar, als daar blauwvintonijnen door zwommen. Blauwvintonijnen zwommen de hele Atlantische Oceaan over, maar kwamen op gezette tijden naar de Middellandse Zee. Daar paaiden ze. De orca’s wachtten ze op en aten hun zwart-witte buik vol.

Nu doen ze dat nauwelijks meer, want blauwvintonijnen zijn zo goed als uitgeroeid. Scholen tonijn werden uit  vliegtuigjes met radar opgesnord en op de paaigronden in gigantische netten opgevist. Alleen als er dolfijnen als bijvangst gedood werden, wekte dat verontwaardiging. Over de enorme vissen liet bijna niemand een traan.

Dolfijnen zijn geen vissen, orca’s ook niet. Een orca die op het strand aanspoelt, lappen we op in het Dolfinarium, geven we een naam (Morgan) en zetten we terug in zee. Wie orca’s babyzeehondjes doormidden ziet bijten, of koddige pinguins aan hun happy voetjes de zee in ziet sleuren, moet even slikken. Maar een orca blijft een walvis en walvissen vinden we lief, wat ze ook uitvreten. Daarin lijken ze op huiskatten. Een zielige orca die zo zwak is dat hij zich laat aanspoelen, moet geholpen worden. Free Willy, free Morgan!

Als het lukt om Morgan op te lappen en uit te zetten, gaat de drenkeling alsnog dood van honger of misschien wel eenzaamheid. Waarom sparen we kosten noch moeite om het leven van 1 orca een tijdje te rekken, terwijl we het voedsel van orca’s uitroeien?

Omdat we ons vereenzelvigen met een op het strand apegapende walvis. We eten onbekommerd vlees van vee dat gevoed is met soja, waarvoor regenwouden zijn gekapt, maar als de gemeente de boom in de straat kapt, sturen we brieven op poten. We stemmen landgenoten met een andere achtergrond het land uit, maar protesteren als onze krantenbezorger eruit moet, of het klasgenootje van ons kind.

We vereenzelvigen ons niet met bossen, volkeren of diersoorten, maar met individuen. En hoe dichterbij ons die staan, hoe gemakkelijker dat gaat. Een mens, aap of huisdier vinden we belangrijker dan een mug. Mits we mens, aap of huisdier zien lijden. De miljoenen varkens en kippen die aan de lopende band onthoofd worden, raken ons niet. Dat er duizenden mensen verhongeren in Oost-Afrika ontregelt ons dagelijks leven lang niet zo ernstig als een lekke band. Aaibaarheid maakt het ook gemakkelijker. We offeren kratten vol haring op voor het redden van één zeehond, pinguin of orca. Vissen raken ons niet, orca’s wel.

Dat Morgan na alle stress van het vangen, vervoeren, oplappen en uitzetten hoogstwaarschijnlijk een nare dood wacht, is onze zorg niet, net zomin als we ons druk maken om het uitroeien van orcavoedsel. We willen alleen een zielig dier vertroetelen, waarna we ons helden voelen. De opvang van de zwaardwalvis bevredigt onze behoefte, niet die van het dier. Nu zijn er slechtere behoeften te bedenken dan het opvangen van zielige dieren. Dat we ons willen ontfermen over anderen, dieren of mensen, is een mooie eigenschap, die in sommige gevallen alleen geen of zelfs een averechts effect heeft.

Als we orca’s en andere wilde dieren willen helpen, kunnen we de kosten en moeite van de reddingsoperaties beter sparen voor natuurbescherming of voor patrouiiles tegen en strenge straffen op illegale visvangst.

‘Boem!’ Hee, wat is dat? Nee maar, er vloog een duif tegen mijn raam! Hij ligt op de grond, maar leeft nog. Gauw, een doos, een bakje water en wat korrels!