Fluweelzachte roofmijt

Fluweelmijt. Foto Koos Dijksterhuis
Fluweelmijt. Foto Koos Dijksterhuis

Ze mogen dan een perzikenhuidje hebben, een neiging tot aaien voel ik niet. Wel vind ik hun felrode kleur altijd prachtig. Klein als ze zijn, vlammen fluweelmijten vaak op uit hun groene of grauwe leefomgeving. Vuurrood!

Fluweelmijten en andere mijten zijn geen insecten maar spinachtigen. Spinnen zijn ook spinachtigen en verder bestaat dat gezelschap uit onder meer teken, schorpioenen en hooiwagens. Het zijn niet de meest geliefde wezens. Maar van de meeste hebben wij mensen niets te duchten. Omgekeerd hebben spinachtigen des te meer van ons te duchten.

Fluweelmijten leven van kleine insecten en andere geleedpotigen, waaronder als het zo uitkomt ook andere spinachtigen. Die grijpen ze vast met hun kaken en zuigen ze leeg. Lekkere jongens, die fluweelmijten. Als baby klampen ze zich niet vast aan moeder of vader, maar aan een passerend bodemdiertje. Daar parasiteren ze dan op, tot ze vaak genoeg verveld zijn om als volwassen fluweelmijt op strooptocht te gaan.

Zoals alle spinachtigen hebben fluweelmijten acht pootjes. Insecten hebben er zes en kreeftachtigen tien. Fluweelmijten lopen op zes pootjes en gebruiken hun twee lange voorpoten als antennes of tasters. De mijt op de foto is zo’n drie millimeter lang.

Er zijn andere, nog kleinere rode mijten die kunnen bijten, maar fluweelmijten bijten niet. Ik laat het gefotografeerde exemplaar over mijn hand scharrelen. Dat doet ie verrassend snel. Hij rent van mijn hand af en zoekt dekking. Hij denkt vast: een mensenhand is gauw gevuld, maak dat ik wegkom! Terwijl hij eerst zo lekker in het zonnetje zat. Soms zitten ze met hun allen in de zon, op een steen of boomstronk bijvoorbeeld.

Voor tuiniers, tuinders en telers zijn fluweelmijten bondgenoten, want ze eten bladluizen.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 1 juni 2016)

Fluweelzachte roofmijt
DELEN