Feestelijke blauwtjes

Icarusblauwtje m. Foto Jeanette Essink
Icarusblauwtje m. Foto Jeanette Essink

Sommige klaversoorten komen zelfs op veelgemaaide gazons nog tot bloei. Kleine klaver bijvoorbeeld en hopklaver. Die twee gele miniklavertjes zijn zo klein, dat ze met wat geluk aan de grasmaaier ontsnapper. Onderduikers.

Kleine klaver en hopklaver zijn in trek bij Icarusblauwtjes. Ook rolklaver heeft door Icarusblauwtjes geliefde nectarbloemen. Die klaverbloemen zijn geel, al combineert rolklaver het geel met wat oranjerood, gekleurd als de zon waar Icarus naartoe wilde. Die hoogmoed kwam hem voor de val, een lot dat Icarusblauwtjes bespaard blijft. Zij mogen naar klavers fladderen, zij branden daar hun vleugels niet aan.
Die vleugels zijn blauw, tenminste die van het mannetje en dan nog alleen aan de bovenkant. De Icarusvrouwtjes zijn bruin, al hebben ze soms een blauw waas over de vleugels. Van onderen zijn beide geslachten bruin, met een frivool randje van zwart, wit en oranje. Dan hebben ze van onder nog wat zwarte vleugelvlekjes met een witte omlijsting. Ze hebben meer van die vlekjes dan andere blauwtjes. Ze hebben zelfs een vlekje relatief ver naar voren op elke voorvleugel. Zo’n vlekje wordt door vlinderkenners een wortelvlekje genoemd. Er zijn in Europa tientallen soorten blauwtjes, en met die wortelvlekjes onderscheiden Icarusblauwtjes zich van alle andere.

Fladderende Icarusblauwtjes zijn een feestelijk gezicht. Dat hemelsblauwe van de mannelijke bovenkant is een van de fraaiste kleuren uit de natuur, al wordt de intensiteit van het blauw overtroffen door het kobaltblauwtje, dat helaas niet in Nederland voorkomt.
Icarusblauwtjes fladderen van klaverbloem tot bloem, ze darren rond elkaar, ze maken elkaar het hof en ze paren. Na de paring volgen er eitjes en rupsen. Die verpoppen zich in juni en vooral augustus tot vlinder. Augustus is dé Icarusblauwtjesmaand.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 20 aug. 2014)