Explosieve vermenigvuldigers

Springbalsemien, © K. Dijksterhuis

De springbalsemienen weten van geen ophouden. Nou ja, ze bloeien wel uit, maar er is altijd wel weer een andere knop. Zolang het niet vriest, blijven bezig. Ze haalden vorige week zaterdag de tuinrubriek. Het stukje was heel herkenbaar. Ook ik ontdekte de bloemen pas op eerbiedwaardige leeftijd (30). Ze stonden in een wilde, bloemrijke tuin van een onbespoten beroepstuinierder. Fraaie paarse bloemen, beaamde hij, ze doen het altijd wel, geen onderhoud. Maar, zei hij onheilspellend, ze woekeren wel. In de tuin geef ik ontkiemend groen altijd het voordeel van de twijfel. Benieuwd wat voor plant er straks uitkomt. Misschien wel iets bijzonders, en dat zou ik dan weggeschoffeld hebben? De tuin staat zo vol, dat een schoffel er onmogelijk zonder bedrijfsschade doorheen past. De schoffel hangt al twaalf jaar in de schuur, het frisgroene verfje er nog op.

Er komen meestal woekerende onkruiden uit. Alles wat ik er aan kleur en geur zelf in zet, wordt overwoekerd of door segrijnslakken weggeknaagd. Maar springbalsemienen groeien en vermenigvuildigen zich sneller dan segrijnslakken eten. Dat vermenigvuldigen doen ze met zaaddozen die bij aanraking openknappen en de zaden eruit katapulteren. Ik hield mijn dochter vorige week zaterdag een op springen staande balsemien voor. Ze slaakte een kreet van schrik toen de zaaddoos tussen haar vingers explodeerde. Mijn zoon bleef ermee bezig, tot hij ineens een hele plant losrukte. Balsemienen wortelen oppervlakkig. Hij keek schuldbewust en vond dat de bloemen gered moesten worden – in een vaasje, binnen. Daar bladerde ik de krant door. ‘Moet je kijken wie er in de krant staat’, zei ik. Dochter lachte. Zoon keek vertwijfeld naar het vaasje. ‘Heb je die nu al in de krant?’