En nou vrijwillig enthousiast!

Vrijwilligers op Schokland. Foto Koos Dijksterhuis
Enthousiaste vrijwilligers. Foto Koos Dijksterhuis

Op mijn zestiende organiseerde ik excursies voor de natuurclub. ’s Winters zette ik eens per maand wilgen knotten en heide schonen op het programma. We vormden de helft van de knotgroep. We waren pubers die meer met vogels en planten hadden dan met brommers. De andere helft bestond uit volwassenen die dat ook hadden, en bovendien een open haard. Het gezaagde hout kregen zij mee. Na afloop stond er in een verslag en in de stadscourant iets over “enthousiaste vrijwilligers”.

Natuurmonumenten organiseert soms natuurwerkdagen voor “enthousiaste vrijwilligers”. Er zijn in ’s lands natuurbescherming heel wat vrijwilligers actief, zoals in alle maatschappelijk betrokken, sociaalculturele sectoren. Maar van mutsjesbreiende dames tot kinderkampleiders, al die vrijwilligers hebben volgens de verslagen en de folders één ding gemeen: ze zijn enthousiast.

De rest van de werkzame bevolking is dat zelden. Natuurmonumenten heeft een nieuwe directeur, Marc van den Tweel, die in het ledenblad werd voorgesteld. Denk niet dat hij een enthousiaste directeur wordt genoemd. Voor betaalde banen wordt haast nooit een enthousiaste kandidaat gezocht. Men hoeft zijn brood niet enthousiast te verdienen. Zoeken op google naar “enthousiaste vrijwilligers” echter levert 169 duizend hits op.

Ik vond dat enthousiaste op mijn zestiende al overdreven. We konden toch niet op afroep enthousiast zijn? Weliswaar deden wij dat knotten vooral voor de lol. Dat de wilgen er door behouden bleven was mooi meegenomen. Maar enthousiast wekte de indruk dat we er uitzinnig van vreugde als zotten met de zaag zwaaiden. Alsof vrijwilligers niet geheel toerekeningsvatbaar zijn, een beetje sneu misschien zelfs.

Noem vrijwillige wilgenknotters voortaan liever vrijwilligers of wilgenknotters. Het enthousiasme krijg je er vanzelf bij.

(Natuurdagboek Trouw 21 juni 2013)