Els in bloei

Elzenproppen en -katjes, © K. Dijksterhuis

Als de kortste dag voorbij is, fleurt Els helemaal op. Els is een boom, familie van de berk, ze kan donkerbruin van bast zijn of grauw. Is ze donker dan heet ze zwarte, is ze grauw dan heet ze witte els. De boom houdt het blad nog even in bewaring, maar laat de katjes al bloeien. Die katjes lijken op hangende rupsen, een beetje rossig zijn ze, ze maken geen overdreven mannelijke indruk maar zijn het wel. Vrouwelijke katjes komen ook nog, over zeg een maand. Die zijn compacter, boller, groener. In de zomer rijpen ze tot de harde, houtachtige elzenproppen. Die blijven vervolgens de hele winter hangen, al kunnen ze ook fier overeind staan – ze zijn minder hangerig dan katjes. Putters, sijzen en andere vinkachtigen peuteren zaadjes uit de proppen. Op de foto hangen jonge katjes (m) naast oude proppen (v).

Elzen zijn in het verleden veel aangeplant als windsingel. Veel hagen en houtwallen die de ruilverkavelingen hebben overleefd, bestaan voor een groot deel uit elzen. Elzen hebben weinig voedsel nodig, omdat ze net als klavers stikstof uit de lucht binden. Het zijn groenbemesters. Althans, niet de bomen zelf maar bacteriën die in klonten aan elzenwortels kleven, halen stikstof uit de lucht. De els zuigt het vervolgens op. En zuigen doen elzenwortels gretig want ze hebben altijd dorst. Elzen zijn zuiplappen. Ze groeien dan ook vaak aan het water.

Ze werden ook vaak onder water gebruikt als beschoeiing of fundering. Zolang elzenhout onder water blijft, rot het niet. Boven water is het beperkt houtbaar. Elzenhout is zacht en vanouds geschikt om lepels en kommen uit te snijden.