Eksters maken kwartier

Ekster, © K. Dijksterhuis

De zon schijnt maar even, of daar inspecteren al twee eksters een nest van vorig jaar. Zwart-witte schoonheden, op-art, tegen een blauwe lucht. Lage zon laat de witte buiken blinken en zet de boomtakken in een rosse gloed. In de kruin hangt een takkenbos, een wirwar van een meter hoog en veertig centimeter breed. De eksters fladderen eromheen, hippen erop, trekken eraan en floepen naar binnen. Door de zijkant. Zo’n oud, verwaaid eksternest zit niet op slot, het is een luchtig nest. Met ‘luchtige kamers’ lokken in India de hotels hun klanten, als de ramen gebroken zijn. Eksters houden bovenaan de zijkant van hun nest een entree open. Het is vaak een hol nest. Slim van die eksters om nu al te inspecteren en restaureren, dan kunnen ze straks meteen aan de leg. Wij kunnen ze in de bladerloze boom mooi bezig zien, kwikkend met hun lange waaierstaart. Maar kraaien kunnen ze ook mooi bezig zien. Zwarte kraaien zijn groter en sterker dan eksters en pikken soms eksternesten in. Op het moderne platteland zijn zwarte kraaien één van de weinige vogelsoorten die zich weten te redden. Toch zijn er gebieden waar je geen kraai tegenkomt. Daar is de kans groot dat boeren handig zijn met jachtgeweren. Het doodschieten van kraaien zou eksters in de kaart kunnen spelen, maar wie kraaien doodschiet, schiet meestal ook eksters dood. Eksters doen het dus slecht op het platteland. In de buitenwijken doen ze het beter. ‘s Zomers zwerven er ekstergezinnen rond, luidkeels krassend. Als u dan denkt ‘wat zijn er veel eksters’, wees dan niet bezorgd over mezen en merels. Die zijn er nog veel meer.