Eigele zwam van gelatine

Gele trilzwam, Foto Koos Dijksterhuis

Onder de wolken en in de vroeg vallende schemer worden bos, duin en hei gauw een beetje gloomy, unheimlich, of hoe zeg je dat in goed Nederlands? Onheilspellend, geheimzinnig, somber? Mwah, Engelsen en Duitsers zijn beter in het benoemen van stemmingen.

We zijn verrast als we in het schemerige namiddaglandschap van de duinen ineens iets sprankelends, fris, eruit zien knallen. Geel is het, eigeel, echt absurd geel, en nog glanzend ook. Dichtbij blijkt de frisse glans van een vochtige drilpudding, die op een tak gekwakt lijkt. Het is een trilzwam, een gele trilzwam om precies te zijn. In de duinen neigen gele trilzwammen vaak naar oranje, maar deze is zo geel als zijn naam belooft.

Een trilzwam is een wonderlijk wezen dat verbazend goed tegen winterse omstandigheden kan. Die natte gelatine ziet er zeer vorstgevoelig uit. Maar de gele trilzwam verschrompelt bij strenge vorst simpelweg tot een uitgedroogde plak, en zwelt als de dooi intreedt weer op tot trilzwam.

De trilzwam lijkt een vormeloze brij, maar is het niet. Zo’n zwam bestaat uit allerlei flappen, waarop de sporen zitten. Dankzij die flappen lijkt de trilzwam een beetje op een woestijnroos. U weet wel, dat door snelle verdamping met mineralen vermengde zand, dat uit harde flappen bestaat. Toeristen nemen uit Egypte of Tunesië vaak woestijnroos mee. Uiteraard worden er magische krachten aan toegeschreven en het zou me niet verbazen als woestijnrozen daardoor zeldzaam geworden zijn.

Er zijn in Nederland een stuk of tien soorten trilzwammen. Judasoor, zwarte en gele trilzwam zijn de algemeenste. De gele groeit het liefst op eik, ook het exemplaar op de foto. Het vage vlekje rechtsboven de trilzwam is een damhert op de achtergrond.