Ei, ei

Foto Francis Havekes

Ik heb de ramen gelapt. Ramen lappen doe ik vrijwel nooit. Als ik het dan eens doe, heb ik veel meer eer van mijn werk. Er komt vanzelf een evenwicht tussen afslijtend en bijkomend vuil. Zelfs de vetste vogelflats slijt vanzelf.

Zeker in de lente is met ramen lappen terughoudendheid geboden. In de lente stromen lezersvragen binnen over merels, roodborstjes en mezen die tegen het raam tikken. Mensen vinden dat aandoenlijk. Tik tik tik, laat mij erin. Maar ze willen niet lief naar binnen voor een kruimeltje, de vogels bestrijden hun spiegelbeeld. De kans op spiegelgevechten is kleiner met troebele ramen.

Toch heb ik de ramen gelapt. Ik moest wel. Ik was naar een ouderavond, de kinderen waren alleen thuis en schrokken zich rot van een bons tegen het raam. Een grote, harde sneeuwbal, dachten ze. Maar de sneeuw was weg. ’s Morgens bleek het raam vol aangekoekt eierstruif te zitten. Het leek of er een doos eieren tegenaan was gesmeten, maar aan de eierschalen te zien, was het er maar één. Als een beker melk omvalt, stroomt er ook een zee uit.

Toen ik tien was, liep ik ’s avonds met een vriendje naar huis, langs het ROG, het RijksOpvoedingsGesticht. Er kwamen drie grote jongens achter ons aan. We vluchtten naar een voordeur, mochten naar binnen. Boem! Ei tegen het raam. Ik heb het nog eens meegemaakt. Zelf loop ik alleen met rauwe eieren als ik ze net heb gekocht, maar sommigen hebben ze blijkbaar op zak.

Ik moest dus ramen lappen. Heb meteen alles maar gedaan. De eierscherven gooide ik in de bosjes. Kalkvoorraadje voor vogels die zelf eieren moeten maken.