Ei, ei

Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

In de vastentijd hebben christenen ooit gevast. Katholieken hielden dat gebruik langer in ere dan de altijd wat losbandige protestanten, maar ik heb nooit iemand gekend die zich in de zeven weken voor Pasen veel ontzegde. Vasten is ook een groot woord voor het verbod op eieren eten. Toen gelovigen zich nog aan die regel hielden, konden zij zich met Pasen te buiten gaan aan de in de tussentijd opgespaarde overvloed van eieren. Misschien dacht men ook dat eieren het libido of de vruchtbaarheid stimuleerden, mensen leggen soms de gekste verbanden.

Zo werden eieren begraven omdat ze de gewasgroei zouden bevorderen. Eieren als mest dus – een rot ei wordt wel weer omgezet in voor planten bruikbare voedingsstoffen. Maar zo werkte het niet. De eieren moesten hun vruchtbaarheid afgeven aan de aarde en de planten, en werden na gedane zaken weer opgegraven. Zonde om ze niet alsnog op te eten natuurlijk! Misschien komt daar het eieren verstoppen en zoeken vandaan.

Bij ons thuis hebben we vroeger heel wat eieren geverfd en verstopt. Soms zo goed, dat we ze niet terugvonden. Een keer vond mijn vader zo’n ei maanden later alsnog. Hij rook eraan, mompelde “gaat nog best”, en at het lekker op.

Ik heb in Vietnam bij wijze van lunch eens gekookte eieren gekocht van een verkoper in de trein. Toen ik een ei pelde, bleek daar een kuikentje in te zitten, dat op het punt van uitkomen had gestaan. Ik keek op mijn neus, maar andere treinreizigers werkten het kuikentje onbekommerd naar binnen.

Als zo’n kuikentje nog leeft, kun je ermee communiceren door zachte piepgeluidjes te maken. Dan antwoordt het piepend in de dop.

(Natuurdagboek Trouw 22 april 2014)