Eerherstel voor de uitheemse oester

Japanse Oesters, © Gerhard Cadée

In het laatste Waddenmagazine staat een artikel over oesterbanken. Niet de Nederlandse oesters van weleer, die zijn in de jaren twintig uit de Waddenzee  weggevist, waarna een virus de genadeslag uitdeelde. Nee, de Japanse oester spoelde vrij recent de Waddenzee binnen en gedijt er als geen ander. De Japanse oester wordt ook Portugese oester genoemd. Sommigen beschouwen die twee als aparte soorten, maar waarin ze verschillen is nauwelijks uit te leggen. Deze oesters zijn door vissers uitgezet in Zeeland, maar bleken lastig te oogsten. Visnetten blijven steken en scheuren. Muurvast klitten de oesters op elkaar. Ze groeien snel en kunnen wel twintig centimeter worden. Zo gepolijst en wit als ze van binnen zijn, zo knoestig en grauw zijn ze van buiten. De oesters in restaurants zijn vrijwel altijd Portugees/Japans. Ze smaken uitstekend en dat hebben scholeksters ook ontdekt. Bovendien vormen de oesters een ondergrond waarop andere schelpdieren zich hechten: mossels en muiltjes bijvoorbeeld. Er groeien ook zeeanemonen op, er leven keverslakken en zeenaaktslakken. Bij gebrek aan de weggeviste oester- en mosselbanken lijken deze nieuwkomers een aanwinst. Dat is ook de strekking van het artikel in het Waddenmagazine. Wordt de eer van de Japanse oester eindelijk gered? Hij werd altijd verguisd als niet-inheems. Er zijn er zoveel, dat u er gerust een maaltje van kunt losbikken. In Trouw stond zaterdag een stuk over schelpdieren zoeken en eten. Daarin werd gemaand tot grote voorzichtigheid. Het stuk was gebaseerd op Bretagne, waar het getijdeverschil immens is en de vloed razendsnel opkomt. Op het Nederlandse wad is het grootste gevaar een opengehaalde voet. Oogst oesters nooit barrevoets.