Eendenmossel, eend noch mossel

Eendenmossel. Foto Koos Dijksterhuis
Eendenmossel. Foto Koos Dijksterhuis

Eendenmossels zien er schelp-achtig uit, maar zijn geen mossels of andere schelpdieren. Het zijn kreeftachtigen, en wel van het rankpotige type. Net als zeepokken hechten ze zich aan rotsen of andere harde zeebodems en graaien ze piepkleine voedseldeeltjes uit het water. Ze staan met hun gepantserde lijf stevig op één voet. In Nederland zijn geen rotsen, al kunnen eendenmossels ook dammen als rots gebruiken. Het maakt de rankpotige diertjes niets uit. Ik heb in Ierland eens een met zeewater gevuld viskrat gevonden, met tientallen eendenmossels erin. Ze waren springlevend, al sprongen de aan hun voet vastgehechte wezens niet.

In Nederland heb ik maar één keer een eendenmossel gevonden. Een losse. Die lag afgelopen juni op Engelsmanplaat. Hij was waarschijnlijk met knotswier meegelift uit zuidelijke wateren. Op Texel spoelde in mei veel knotswier aan met eendenmossels. Deze zat alleen niet aan wier vast. Hij was onthecht, maar niet ontbonden. Kennelijk was het een verse.

Eendenmossels heten zo omdat de mensen vroeger dachten dat het de eieren van rotganzen waren. Dat lees ik in De Rotgans, het mooie nieuwe boek van Bart Ebbinge. Ze hadden dus ganzenmossels moeten heten. Of vissenmossels, want omdat rotganzen uit eendenmossels voortkwamen, beschouwden de mensen die vogels als vissen. De mensen beschouwden het liefst alle dieren als vissen, omdat ze vis mochten eten tijdens de vasten. Volgens Ebbinge werd de associatie van eendenmossels met rotganzen versterkt doordat de tentakeltjes van de kreeftjes op ganzendonsjes leken.

Rotganzen leven aan zee. Ze trekken in de lente naar het noorden en komen in de herfst terug met jongen. Willem Barentsz en Jacob van Heemskerk ontdekten eind zestiende eeuw op Spitsbergen dat rotganzen als echte vogels op echte eieren zaten.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 9 sept. 2014)