Eén zwaluw geen zwaluw

Gierzwaluw, © Erik Sanders

Hoewel deze krant veel stralende zonnetjes voorspelde, bleek ik telkens op het enige plekje te zijn waar een hardnekkige wolk hing. Maar ook die is nu opgelost. De zon weet van geen ophouden. Het is warm, het is droog, het gaat snel. Zondag zag ik fluitekruid, look-zonder-look en koekoeksbloemen bloeien, Jeanette Essink meldt een zingende grasmus (herkenbaar aan krassende klanken – grasmus krasmus) en een vuurjuffer. Toen dinsdag mijn zoon zich met een kussen op mij stortte en ik op de vloer liggend een tegenaanval beraamde, zag ik door het raam hoog in de blauwe lucht een gierzwaluw passeren.

Eén zwaluw maakt geen zomer, maar omgekeerd maakt het zomerse weer wel dat gierzwaluwen het hoge noorden eerder bereiken dan anders. Koninginnedag is de traditionele aankomstdag van deze vogels. Gierzwaluwen zijn trouwens geen zwaluwen, maar lijken erop met hun gevorkte staartje, snelle vlucht en insectenetende puntsnavel. Bovendien nestelen ze net als huis- en boerenzwaluwen in gebouwen. De meeste mensen hebben geen hekel aan gierzwaluwen. Veel mensen vinden ze best leuk, die boven stad of dorp gierende snelheidsmaniakken. Toch wordt gierzwaluwen het leven moeilijk gemaakt. De vogels nestelen het liefst onder losse dakpannen. Maar de laatste jaren laten wij geen dakpan los liggen en bedekken wij de daken zelfs met een vaste dakbedekking die op een pannendak lijkt. Daar is voor gierzwaluwen geen doorkomen aan. Gelukkig bestaan er gierzwaluwdakpannen, dus er is nog hoop voor deze stadsvogels.

Het hoeft maar even te regenstormen, of de insectenvoorraad zakt in. Dan vliegt die gierzwaluw gauw een eind terug. Maar vooralsnog blijft het droog. Zo droog, dat lezeres Loes Blokker een dringende oproep doet voor drinkbakjes in de tuin.