Een zeearend in de tuin

Zeearend Foto Koos Dijksterhuis
Zeearend. Foto Koos Dijksterhuis

Een kennis van me begon zijn carrière als telefonist bij een vogelbeschermingsorganisatie in Kopenhagen. Hij kreeg soms opgewonden lieden aan de lijn, die de wonderlijkste waarnemingen doorgaven. Zo vertelde hij me over een mevrouw, die meldde dat ze door het raam een zeearend op het gazon zag zitten.

Dat leek hem sterk. Zeearenden zijn in Denemarken talrijker dan bij ons, maar toch ook weer niet zo algemeen, zeker niet toen de vogels nog maar net met hun opmars vanuit Duitsland begonnen waren. En als de veel algemenere buizerd daar al nooit neerstrijkt, is een zeearend in de tuin wel heel apart. Aan de andere kant; mijn kennis had ook eens iemand aan de telefoon gehad, die een roerdomp in de beukenhaag zag zitten. Dat is een zeldzame en schuwe reigerachtige die beroemd is vanwege zijn paalhouding. De beschrijving klopte precies en het was winter en het vroor, en dan doen roerdompen soms gek. Hij was er gaan kijken en verdomd, er zat een roerdomp in de heg.

‘Een zeearend? In uw tuin?’

Ja tussen de merels. Maar dan veel groter.

‘Dat lijkt me wel. Kunt u de vogel eens beschrijven?’

Dat kon ze zeker. Een grote, donkerbruine vogel van ongeveer een meter lang, met een enorme snavel en een korte, witte staart. Zijn spanwijdte was meer dan twee meter. De vogelbeschermer was stomverbaasd. Wat ze omschreef was inderdaad een zeearend.

‘Waar woont u?’ In een rijtjeshuis in een buitenwijk, niet zo ver weg. Mijn kennis trok zijn jas aan, sprong op de fiets en belde tien minuten later bij mevrouw aan.

‘Zit ie er nog?’ Jazeker. De dame ging hem voor door het huis en wees door het raam naar het grasveldje in de tuin. Daar zat tussen de merels een kraai. De mevrouw keek mijn kennis verwachtingsvol aan. Die wist niet goed wat hij moest zeggen. Hij dwaalde vertwijfeld met zijn ogen de kamer rond. Op tafel stond de telefoon. Daarnaast lag een vogelboek, opengeslagen bij de zeearend.

(Natuurdagboek Trouw maandag 28 februari 2022)