Een wolk fruitvliegen

Fruitvliegjes. Foto Koos Dijksterhuis
Fruitvliegjes. Foto Koos Dijksterhuis

Soms vraagt een lezer me hoe men een diersoort kan bestrijden, tot knabbelende reeën in de tuin aan toe. Ik zou graag knabbelende reeën in de tuin zien, maar er zijn ook dieren waar ik liever gevrijwaard van blijf (teken, steekmuggen, bedwantsen). Niettemin zal ik zelden een dierenbestrijdingsadvies geven. Ik ben voor het beperken van het aantal mensen, door de kinderbijslag af te schaffen. Zelf bestrijd ik bijna nooit dieren, al zijn er uitzonderingen. Fruitvliegjes bijvoorbeeld.

Om overbevolking te voorkomen bewaren wij ons fruit in de koelkast, maar toch weten steeds meer fruitvliegjes in te kwartieren. Ze nemen genoegen met paprika, tomaat, brood. Schillen gaan meteen naar de gft-bak buiten. In die vullesbak planten ze zich met bijbelse gretigheid voort. Ze gaan alleen niet heen. We zetten een bakje azijnwijn met druppel sop neer; er verdrinken een paar vliegjes.

Toch wolkt er in de keuken bij ieder attribuut dat je oppakt een zwerm kleine zwarte ovaaltjes op. Overal zijn ze. Een slok wijn is onmogelijk zonder verdronken fruitvlieg – drosophilae zijn bestand tegen alcohol, maar ze zijn geen olympische zwemmers.

Ik zet een bakje fruitige lokkerdjes in het open raam, om ze bliksemsnel naar buiten te trekken. Het helpt niet. Door het open raam gaan ze vast vrijwillig op zoek naar de gft-bak. Maar nee, ze mijden het raam vanwege de tocht. ‘”Tocht is wind in huis”, zei Frits van Egters’, schreef Reve. Fruitvliegen blijven liever in de luwte; ze zouden maar wegwaaien. Daarom is het ook lastig zo’n traag vliegje handenklappend te vermorzelen. Het windvlaagje dat die handen veroorzaken blaast het slachtoffer weg.

Als fruitvliegjes zich laten wegblazen, dan zijn ze ook op te zuigen. Na een slachting met de stofzuiger hoef ik nu nog twee keer daags de nieuwkomers op te zuigen. Ik vind deze biologische bestrijding rot voor ze maar oud worden fruitvliegjes toch al niet.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 1 september ’22)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.