Een strompelend vliegend hert

Vliegend hert, © Jos van den Broek

Op een strandje in Bretagne kruipt een reuzenkever uit zee. Hij krabbelt door het zand langs een steigertje strandopwaarts. Hij is nat en zout en loopt zo stram en langzaam, dat ik niet verbaasd ben dat hij struikelt, valt en op zijn rug blijft liggen. Ik zet hem overeind en hij ploetert dapper verder. Dochter en zoon zitten erbij en kijken er gefascineerd naar met een mengeling van meeleven en afgrijzen. We zijn even met iets anders bezig en zien hem al niet meer. Of toch, daar glimt iets in een spleet tussen de stenen onder het steigertje. Het is de kever. Een vliegend hert.

Vliegende herten zijn in Bretagne lang niet zo zeldzaam als in Nederland.  Er zijn meer rommelige houtwallen. Met dood hout, waarvan de larven leven en waarin ze zich verpoppen. Je zou verwachten dat vliegende herten verzot zijn op modieus beheerd bos, waar de helft van de bomen met zware machines wordt omgetrokken. Maar of omgetrokken bomen hetzelfde rotte hout opleveren als het rotte hout dat vliegende herten willen? Het moet wit beschimmeld zijn, blijkt uit onderzoek van Paul Hendriks, die in de Levende Natuur van januari over de kevers schrijft, met mooie foto’s erbij. Vliegende herten leven aan de rand van oud bos. De meeste worden in de buurt van menselijke bewoning gevonden. Als er maar bosranden zijn met vermolmd hout, liefst ondergronds. Hendriks stelt voor dat de voeten van gekapte bomen en afgebroken palen mogen blijven staan. Zet er een nieuwe paal naast en laat de oude wegrotten. Bij vliegende herten is eikenhout favoriet, maar beuken en hout van fruitbomen vinden ze ook best. In de stobben en stronken leggen de kevers eieren, en zelfs met houtsnipperpaden nemen ze genoegen. Hendriks volgde in een terrarium de metamorfose van zo’n larve. Na anderhalf jaar kan die groter zijn dan uw middelvinger en dertien gram wegen. In een door de larve aan alle kanten stevig aangdrukte holte in het hout verandert hij gedurende zeven zomerweken in een kever van zes gram en zeven centimeter. Ruim de helft van zijn gewicht verliest de larve aan vervellingen, vocht en poep. Als kever trekt het jonge vliegend hert niet meteen de wijde wereld in. Hij blijft de hele herfst en winter zitten waar hij zit en komt pas laat in de lente tevoorschijn. Om dan de strijd aan te gaan met andere mannen of eieren te leggen in verrot en beschimmeld hout.

We zwemmen en eten een broodje. Het vliegend hert zit daar maar in de spleet onder het steigertje. De kever zal wegkwijnen, wegspoelen door de vloed of weggepikt worden door een meeuw. We zien hem niet gauw vliegen. Zou hij er al in slagen het strand en de loodrechte kade te bedwingen, dan zou hij op de straat plat gereden worden. Het vliegend hert wordt zielig verklaard en we duwen hem met een stokje in een emmertje. Gedrieën zetten we hem in een struik in de tuin van een villa. We kijken hem na als hij over de bladeren richting stam stumpert. Dat kan lang duren. De villadeur gaat open en een oude dame met rode lippen schrijdt in een duster naderbij. Of ze ons ergens mee kan helpen? Nee dank u, we redden ons prima. Het vliegend hert hopelijk ook.