Een paar wintertalingen

Wintertaling m . Foto Koos Dijksterhuis
Wintertaling m . Foto Koos Dijksterhuis

Niet ver van mijn huis tref ik langs een brede sloot in ouderwets grasland twee kleine eendjes aan. Het zijn wintertalingen. De woerd is één van de kleurrijkste eenden die we hebben. Zilvergrijs, met zwartwitte strepen op de flanken, groene vlakken op de vleugels, een roodbruin glanzende kop waarop iriserend groene wangen, en een gele driehoek aan weerszijden van de kont. Het vrouwtje heeft ook groene vleugelvlakken, spiegels genaamd, maar is verder bruin als een gewone wilde eend.

Vrouwtjeseenden bebroeden de eieren, op de grond, en mogen dus niet opvallen. Ze kunnen zich goed vestoppen, ze verdwijnen in april voor een tijdje waarna ze ineens weer verschijnen met jonge eendjes.
In de vlucht zijn wintertalingen te herkennen aan hun kleine postuur, opgerichte houding en korte, hoge fluitjes.

Wintertalingen zijn vooral ’s winters bij ons, met hun tienduizenden. Ze broeden in moerassen in Scandinavië, Finland en Rusland. Maar ook in Polen, Duitsland en… Nederland. In heidevennen en wateren in ouderwets grasland broeden naar schatting nog wel zo’n tweeduizend paar. Maar hun aantal slinkt, want veel heidevennen zijn verzuurd en ouderwets grasland is er maar weinig meer.

Er bestaan ook zomertalingen. Die zijn nog afhankelijker van ouderwets grasland en nog schaarser geworden dan wintertalingen. En die zo prachtige wintertalingen zijn al schaars genoeg.

De wintertalingen langs de sloot verrassen me dan ook, het is een paartje, misschien broeden ze hier wel ergens, er zijn weliswaar geen heidevennen, maar er zijn zompige moerasjes met riet en water, er zijn onbemeste grasveldjes, er zijn sloten met rietkragen. Ze zouden voedsel genoeg hebben. Wintertalingen slobberen waterdiertjes en eetbare plantjes uit het water, door met onder water gestoken kop rond te peddelen.

(Natuurdagboek Trouw maandag 13 april 2015)

Een paar wintertalingen
DELEN