Een onbekommerde kuifmees

Kuifmees. Foto Koos Dijksterhuis
Kuifmees. Foto Koos Dijksterhuis

In Middenduin bij Overveen trekt een niet-alledaags vogelgeluid mijn aandacht. Het klinkt ratelend en soms zelfs rinkelend. Het komt uit een grove den. Ik kijk door de takken naar boven, tot ik de vogel zie bewegen. Dat duurt niet lang, kuifmezen zijn zeer beweeglijk; wel duurt het even voor ik hem mooi in het beeld van mijn verrekijker krijg. Hij hipt en snort door de takken, zich niet van mij bewust lijkend. Hij trekt zich tenminste niets van me aan, slaat niet op de vlucht en verstopt zich niet.

Het is drie jaar geleden sinds ik een kuifmees zag. Dat heeft drie redenen. Ten eerste komen ze vooral voor in dennenbossen, en daarvoor moet ik vanuit Groningen een eind Drenthe in. Dat doe ik weleens, maar niet vaak. Ten tweede scharrelen ze meestal in de boomkruinen en zie je ze pas nadat je hem hoort en een tijdje met je hoofd in de nek naar boven hebt staan turen. Ten derde nemen kuifmezen af omdat hun leefgebied van naaldbossen wordt gekapt. Naaldbossen zijn ooit aangeplant en al staan ze er al honderd jaar, in het hele land zijn natuurbeheerders bezig ze te kappen. Het hout levert nog wat op ook.

In de Hollandse duinen gaan ook naaldbossen tegen de vlakte. Buiten de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en een paar andere bossen, komen kuifmezen juist in die duinbossen voor, zij het met mate. Ik ben blij met mijn waarneming, maar houd mijn hart vast voor de toekomst. Op een opgewekt voorlichtingsbordje lees ik dat er bomen worden gekapt, opdat ‘jonge bomen de kans krijgen oud te worden’. Het halve bos is geblest met een gele stip. Kennelijk krijg je oude bomen, door oude bomen te kappen.

De kuifmees maalt zo te zien niet om de driegende verdwijning van zijn leefgebied. Hij scharrelt onbekommerd door de den.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 12 dec. 2017)