Een geschenk van het volk

Edelhert. Foto Koos Dijksterhuis
Edelhert. Foto Koos Dijksterhuis

Er is ophef over de kroondomeinen, waar de koning en z’n vrinden ruim drie maanden per jaar zonder pottenkijkers willen kunnen jagen. Het gaat om zevenduizend hectare Veluwe.

W. Alexander te paard achter een hert aan, ik zie het niet voor me. Wel zie ik voor me dat hij bij een terreinwagen op een klapstoel zit te knallen op de dieren die door drijvers naar hem toe worden gejaagd. Biertje erbij, ‘pang!’

Het doodschieten van opgejaagde dieren heeft mensen door de eeuwen heen plezier verschaft. Vele anderen keuren zulk vertier af, en het bloederige schouwspel maakt de schutter niet perse populair. Daarom knalt hij liever in stilte. Als ik paparazzo was, zou ik tussen de bosbessen gaan liggen met m’n telelens.

De kroondomeinen zijn staatseigendom, maar de Oranjes hebben het gebruiksrecht. Daarbij krijgen ze zowat een miljoen euro subsidie per jaar voor natuurbeheer. Hoe kan dat zo duur zijn? Natuur is meestal beter af zonder kostbare bemoeienis van mensen.

Een miljoen; je zou het een geschenk van het volk kunnen noemen. In ruil eist het volk jaarrond toegang. Dat is in lijn met de Natuurschoonwet. Er mag alleen geld naar natuur als die natuur toegankelijk is voor het volk.

Het Koningshuis staat op de begroting voor 48 miljoen euro, waarvan W. Alexander 6,1 ontvangt, nog afgezien van dat bosmiljoen. Je zou hem ’s lands duurste uitkeringstrekker kunnen noemen. Een extra miljoen inleveren om ongezien op herten te schieten kost hem nochtans te veel. Hij zal het gebied volgend jaar waarschijnlijk openstellen, op zeven dagen na, dat is natuurschoonwettelijk toegestaan. Zeven dagen knallen is best veel, hij moet ook nog op wintersport.

De openstelling is jammer voor de natuur die al onder de voet gelopen en gefietst wordt. De laatste gebieden waar dieren rust vinden zijn militaire oefenterreinen en kroondomeinen. Schaf gerust de drijfjacht af, maar houd die kroondomeinen dicht.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 22 oktober ’21)