Eén dag vliegend dansen

Eendagsvlieg, © K. Dijksterhuis

Op een windstille juni-avond staan of hangen zowat twee meter boven de drassige oever van een beek tientallen insecten te dansen. Ze deinen een halve meter op en een halve meter neer. Ze willen opvallen bij mogelijke geliefden voor een one-night-stand, ze hebben de dag van hun leven, het zijn eendagsvliegen. Ze hebben twee jaar onder water geleefd en zijn uit hun nimfenhuid ontsnapt. Nu hopen ze vliegend een vrouwtje te vinden. De vrouwtjes zijn ook uit het water gekomen, ze komen op de dansers af, paren en zetten eitjes af op het wateroppervlak. Uit de eitjes komen nieuwe haften, zoals eendagsvliegen ook heten. Die haften kunnen weer twee jaar moordend en rovend rondzwemmen, zich vaak vervellend, tot ze zich opwerken tot eendagsvlieg. Dat gebeurt in twee stappen, twee vervellingen. Eerst klemmen nimfen zich onder de waterspiegel vast aan een waterplant. Hun nimfenhuid barst open, insecten met harige vleugels verschijnen. Die vleugelhaartjes zijn waterafstotend, waardoor de beestjes de waterspiegel kunnen breken en de droge bovenwaterwereld betreden. Ze vervellen nog één keer en krijgen dan haarloze, transparante vleugels. Een uur, een dag, hooguit enkele dagen gaan ze op vrijersvleugels. Na deze ultieme levensvervulling gaan ze dood. Ze kunnen niet eens eten, hun mond blijft onderontwikkeld, misschien in staat tot bijten, maar niet tot kauwen en slikken. Vele individuen halen die paring niet eens, ze worden vlak voor hun eindbestemming uit de lucht geplukt door een zwaluw of vleermuis.

Eendagsvliegen hebben een holle rug, korte antennes en lange staartdraden. En grote ogen, die vaak rossig zijn. Vooral mannetjes hebben grote ogen, om een vrouwtje te zien, dat de dansende mannen doorkruist. Met zijn grote voorpoten grijpt hij haar.