(Echte) natuur

De hei, populair cultuurlandschap, © Koos Dijksterhuis

Natuur – volgens de een is het wildernis zonder mensen en hun invloed. Ik sprak eens iemand die een ongerept en onbetreden moeras in Brazilië geen echte natuur vond omdat mensen het op plattegronden hadden ingetekend en benoemd. Anderen menen dat de mens en alle menselijke invloed onderdeel is van de natuur, omdat de mens uit de natuur voortkomt en zonder de natuur niet kan leven.

Volgens de eerste visie is door mensen gemaakte natuur geen natuur. ‘Nederland heeft geen natuur’, hoor ik vaak, ‘de hooilanden, heiden, veenplassen, weilanden en akkers zijn allemaal cultuurlandschappen en het bos is aangeplant.’ Daarin klinkt een toon van: wat stelt Nederlandse natuur nou helemaal voor? Voor natuur moet je naar Polen, naar Siberië, of Amerika, of Afrika. Want, zoals Bloem schreef: ‘wat is natuur nog in dit land?’

Het Nederlandse natuurbeheer is doordrongen van die visie, al worden er ook oude cultuurlandschappen beheerd en beschermd. Echte natuur moet dus groot, woest en ledig van mensen zijn. ‘Robuust’, is het toverwoord. Om de menselijke invloed uit te bannen, zetten beheerders grote grazers uit en trekken ze bomen om.

En ik? Ik vind een klaproos die zich tussen de straatstenen doorperst al natuur, de pissebedden in de kelder, de spin die buitenshuis niet kan overleven. Het onderscheid tussen natuur en cultuur vind ik een geforceerd onderscheid.

Dat krampachtige onderscheid maakt onze regering niet. CDA-ers, VVD-ers en PVV-ers spreken net zo neerbuigend over natuur als over cultuur. Het zijn linkse hobby’s die wegbezuinigd moeten worden. Natuur en cultuur kosten geld, dat zich niet of pas na lange tijd terugverdient. Als je het in snelwegen steekt, verdient het zich sneller terug. Dat natuur en cultuur zich indirect wel terugverdienen, en dat ze ook op een andere manier waardevol kunnen zijn, en in ieder geval gewoon mooi, dat doet er voor onze rentmeesters niet zo toe.

Ik heb geen representatieve enquête gehouden, maar de mensen die natuur en landschap minachten (zoals Hero Brinkman die een nieuwe autoweg door het Groene Hart bepleit, mede omdat hij dat Groene Hart overbodig vindt als hij het vanuit de auto niet kan zien) lijken me zelden mensen die graag naar theater, concert of museum gaan. Omgekeerd zijn mensen die wel graag theater, concert of museum bezoeken, ook vaak voor natuurbehoud. En de natuurbeheerders en natuurliefhebbers die ik ken, schudden bijna even somber hun hoofd over de afbraak van het cultuurbeleid als over de afbraak van het natuurbeleid. Ze vinden dat wat mooi is en blij maakt niet zomaar afgeschaft of vernietigd mag worden.

Mensen maken lelijke dingen en mooie dingen. En mensen genieten van de mooie dingen die zij of andere mensen maken. In dat maken zijn mensen goed. Een ekster sleept weleens iets glimmends naar zijn nest, een prieelvogel versiert zijn nest, maar een Amsterdamse binnenstad, een Cafétje in Arles, een Matthäus Passion of een Anna Karenina zie ik ze niet gauw maken.

Mensen kunnen zelfs landschappen maken. Of breken. De mooiste landschappen, waarin de meeste dier- en plantsoorten willen en kunnen leven, zijn gemaakt door mensen en natuur samen. Hooilanden, veenweiden, heiden, veenplassen, kruidige weilanden, hagen- en houtwallenlandschappen, kleinschalig akkerland zijn alleen al uit cultuurhistorisch oogpunt het bewaren waard, net als de binnenstad van Amsterdam. Van zulke landschappen genieten mensen. Niemand kampeert op een bedrijventerrein, vrijwel iedereen gaat op zomervakantie naar een mooi landschap, waarvan het bijna niemand kan schelen of het echte natuur is of cultuurlandschap.

Ik snap niet dat mensen, die cultuur en natuur belangrijk vinden, de cultuurlandschappen waarin die twee samenkomen minachten, omdat ze geen echte natuur zouden zijn.