Dwars door de duinen

Sijs (m.) © Jeanette Essink

We steken weer eens het eiland Schiermonnikoog over. Van zuid naar noord door de Kooiduinen. Het is niet zo ver, het is wel een ruige tocht. We moeten onze weg vinden langs stekelige duindoorns en door kletsnatte valleien. We zien een bruine rat scharrelen. Even later vinden we een drol die sprekend een vossendrol lijkt. Acht centimeter lang, met zo’n staartje, vol muizenharen. Maar vossen zijn er niet op Schier, hoewel je erop kunt wachten dat onverlaten ze uitzetten om ze vervolgens weer te mogen doodschieten. Deze drol is vast van een verwilderde kat. Het barst op Schier van de verwilderde katten, ik zie meer verwilderde katten dan konijnen. Op een schapenpaadje tussen dicht berkenstruweel ligt een bloederig slagveld van botten en veren. De lange handpennen zijn warm oranjebruin met zwart. Hier is een velduil geslacht, aan de pluksporen te zien door een havik.

Kat en rat zijn door mensen verspreid, de havik kwam zelf. Duinen worden bos, velduil maakt plaats voor havik.

Bij paal 7 lopen we het strand op, bij paal 5 lopen we er weer af. Andermaal het eiland over, nu van noord naar zuid. Dat graspad langs het dennenbos is één van mijn lievelingspaden. Er scharrelen zangvogels door de jonge loofbomen aan de voet van de oude dennen. Eén ervan zingt een wel heel gevarieerd liedje, melodieuze riedels afgewisseld met jazzy ritmes. Even ben ik van slag. Heb ik dit eerder gehoord? Wacht daar zit ie. Het is een sijs. Op deze plek hebben eerder sijzen gebroed. Na winters met veel sijzen, zoals nu, blijven er altijd wel een stuk of wat van deze noorderlingen broeden, in naaldbos.