Duisternis in Nova Zembla

Toendra, foto Koos Dijksterhuis

De televisieserie Frozen Planet heb ik nog niet gezien. De natuurseries van David Attenborough zijn onovertroffen, daar niet van. Ik kijk weinig tv, te weinig misschien. Jammer, want ik houd van de ijzige lucht, de huid prikkelende kou, het strijklicht van de Noordpool. Daarom leek de film Nova Zembla me wel wat. Naar de film ga ik best vaak. Maar zou dat niet weer zo’n overgeacteerde draak van een polderfilm zijn? Sylvain Ephimenco duwde me over de streep met zijn enthousiaste column. Met zoon van 9 toog ik naar de bioscoop. Mooie beelden van zeilschip, klippen, zee, zon en ijs. Goed geacteerd wel, al waren de verzonnen verhaallijntjes om het historische avontuur spannender te maken (blaag wordt held, thuis blijft meisje op hem wachten) zo voorspelbaar, dat zoon en ik erbij knikkebolden. Ik schrok weer wakker van de gekkigheden. Onderweg halen ze op een rotsig eilandje een nest van zeevogels leeg, vermoedelijk kleine alken, in de film papegaaiduikers genoemd. Een kuikentje gaat mee aan boord, wordt opgevoed en groeit op tot tamme kraai. In de zomer staan kapitein en jonge held ’s nachts aan dek. Dat het op de Noordelijke IJszee zo weinig waait dat een waxinelichtje niet eens flakkert, à la. Maar dat het stikdonker is, is absurd. Dat de jonge held wijsneuzig de sterren aanwijst en Orion herkent, is helemaal wonderbaarlijk. Orion is alleen ’s winters te zien, verschijnt bij ons pas in oktober en daarginds nog later. De overwintering geschiedt overigens wel in het donker, maar in juni is opeens de zon weer terug en het ijs als bij toverslag gesmolten. Het gezelschap vaart opgewekt terug.