Duin op, duin af

Mannetjesereprijs. Foto Koos Dijksterhuis
Mannetjesereprijs. Foto Koos Dijksterhuis

Het is een vrij warme middag. Het is al juli, maar vrij warme middagen zijn er niet veel geweest. Ik schuif pen en toetsenbord opzij en pak de fiets. Bij Berg en Beek of nee, het heet Bleek en Berg, fiets ik de Kennemer Duinen in. Duin op, duin af.

Rechts aanhouden. De bermen van het fietspad zijn bedekt met wilgenpluis. Blauw-met-roze bloemen priemen erdoorheen. Ze zijn nogal draderig, die bloemen, meeldraderig. Maar mooi. Slangenkruid is het, een echte duinbloem.

Ik fiets verder, tussen twee jonge konijntjes door, elk in z’n eigen berm. Ze kijken verschrikt op, de een springt weg onder een duindoorn. Hoelang zou het duren voor ze opgegeten worden door buizerd, kiekendief, kat of vos?

Voorbij een vochtige duinvallei in vijftig tinten groen gaat het pad steil omhoog. Boven kom ik bij deels ruig begroeide, deels grazige, deels afgeplagde duinen met zand. Ik stap af en struin een tijdje rond. Broek in sokken, ik krijg hier vaak gezelschap van teken. Gewone ereprijs en mannetjesereprijs bloeien. Mannetjesereprijs heeft fijnere bloempjes in trossen en bovendien langwerpig blad.

Hier is drie dagen geleden een Aziatische roodborsttapuit gezien. De halfopen duinen lijken me heel geschikt voor zo’n vogel. Maar ik zie geen Aziatische, ik zie zelfs geen huis-, tuin- en keukenroodborsttapuit.

Bij het Cremermeer ga ik op het bankje zitten. Het is een lang, smal meer. In de verte torenen de flats van IJmuiden boven alles uit. Je kunt er beter in wonen dan erbij. Op kale zandeilandjes in de plas zitten twee Nijlganzen, in het water dobberen twee meerkoeten en een fuut. Een aalscholver vliegt over. Verder zijn er alleen grauwe ganzen, tientallen, de vogels waarvoor de overheid verdelgingscampagnes voert.

(Natuurdagboek Trouw 12 juli 2013)