Druif uit zee

Zeedruif ribkwal. Foto Koos Dijksterhuis
Zeedruif ribkwal. Foto Koos Dijksterhuis

Het is hun voortplantingstijd, en prompt ligt er een prachtige zeedruif op het strand, die tijdens zijn vermenigvuldiging is overleden. Zoals zeevruchten geen vruchten zijn, is de zeedruif geen druif, maar een kwal. De naamgever vond het poliepje blijkbaar op een druif lijken, al is de kwal niet groen of paars, maar doorschijnend. En niet glad, maar geribbeld. Maar goed, wie zonder protest groene druiven wit noemt en paarse rood, moet ook niet zeuren over doorschijnende zeedruiven.

De zeedruif is een ribkwalletje van een paar centimeter. Een kwal bestaat uit veel water, Midas Dekkers had het eens over een plaatselijke verdichting van het zeewater, maar dat doet de zeedruif tekort. Zo’n kwal heeft ingewanden, een evenwichtsorgaan en kleverige tentakels waarmee hij jonge garnalen en vlokreeftjes in zijn mond propt. Hij eet ook wel eens een kleinere zeedruif, eigen volk eerst.

Zoals de meeste kwallen kan een zeedruif zelfs een beetje zwemmen, al is de stroming algauw te sterk. Dan wordt ie zomaar op het strand gegooid, zoals het exemplaar op de foto. Zwemmen doet zo’n beestje met trilhaartjes die samenklitten tot een soort zwemvliesjes, die met elkaar weer een rib vormen. Acht ribben heeft een zeedruif.

Zeedruiven planten zich zwevend in het water voort. Ze lozen zaad- zowel als eicellen, wel zo gemakkelijk. In het water vinden zaad- en eicellen elkaar en worden de zeedruifbaby’s geboren. Ik zie op zomerse stranden soms mensen in ondiep zeewater rare manoeuvres maken, springen, terugdeinzen en kreten slaken. Ze zijn bang voor elke kwal die ze zien. De meeste kwallen zien ze niet. Laat staan dat ze al dat kwallenzaad en –eierstruif vrezen. Daar badderen ze onbekommerd doorheen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 31 maart 2015)