Droge hei

Struikhei, © K. Dijksterhuis

Struikhei is enig in zijn soort. Kraaiheide en dopheide zijn van een ander geslacht. Het geslacht Calluna beperkt zich tot struikhei: calluna vulgaris.

Vulgaris klinkt niet respectvol, terwijl het toch zo lastig is heidevelden te behouden. Struikhei is een soort van droge hei. De stugge plant kan wel een meter hoog worden. Daarvoor heeft hij voedsel nodig. En op voedselrijke heide krijgen grassen als pijpestrootje de overhand. Op een beetje vruchtbare bodem zijn zaailingen van berken en andere boompioniers nauwelijks tegen te houden. Met de Jeugdbond voor Natuurstudie heb ik ‘heide geschoond’, zoals dat heette: berken en naaldbomen rooien. Vroeger deden schapen dat. Nu huren natuurbeheerders herders in, maar die weten hun kuddes vaak nauwelijks op de hei te houden. De schapen hollen als de hond even niet oplet naar waar het gras groener is. Ik heb ze zich zien verdringen voor het hek van een biljartlakenweiland.

We plaggen de hei ook af. Niet voor de plaggenhutten en potstallen, maar om de bodem voedselarm en heiig te houden. Afplaggen gebeurt met grote, soms met kleine machines. Vroeger gebeurde het met de hand, wat een hobbelig veld opleverde met een mozaïek van microklimaatjes. In Groot-Brittannië, branden ze heide af. Dat lijkt griezelig, maar heeft gunstige effecten op de hei, op bijzondere kruiden, insecten en vogels. De Britten beheren de hei uitsluitend voor de famous grouse, de patrijs-achtige sneeuwhoenders die een fortuin opleveren aan jachtrechten. Maar dat afbranden schijnt wel te werken. In Nederland is vuurtje stoken verboden en tobben we voort met schapen en plaggen.

Al die moeite voor die vulgaire struikheide. Maar hij bloeit ook zo prachtig paars.