Draaihalzen

Draaihals, foto Koos Dijksterhuis
Draaihals, foto Koos Dijksterhuis

Sinds ik mijn leven met een verrekijker deel, hoop ik een draaihals te zien. Een draaihals is een specht. Dat wil zeggen, ooit is die vogel bij de spechten ingedeeld, waarschijnlijk omdat ie in boomholtes broedt en handig langs de bast van een boom klautert. Maar een draaihals lijkt niet op een specht. Een draaihals lijkt nergens op, het is een geheimzinnig dier dat bijna uit Nederland verdwenen is. Ik had er tot voor kort nog nooit één gezien, en fanatieke vogelaars spreken dan van ‘schaamsoort’.

Draaihalzen hebben de kleur van de takken waarin ze zich schuilhouden. Ze zijn, hoorde ik, lastig te ontdekken. Er zouden maar een paar vogelaars in Nederland in staat zijn ze te inventariseren. Als dat zo is, heeft iemand dan ooit zelf gezien hoe een op het nest belaagde draaihals zijn hals zo draait en kronkelt, dat ie een afschrikwekkende slang lijkt? Vast een broodje aap.

Het ontdekken van draaihalzen bleek reuze mee te vallen, toen we laatst in Polen waren. Tijdens het eerste wandelingetje door een park hoorden we een schel en luid ‘kikikikiki’, gevolgd door een identiek antwoord verderop. Twee draaihalzen! Algauw zagen we er één. Hij was kleiner dan ik dacht, kleiner dan een spreeuw. Hij keek soepel om zich heen. Daar kwam de tweede. Ze dartelden en draalden wat om elkaar heen, zeiden nog eens ‘kikikikiki’ met een volume alsof de ander hardhorend was, en hop daar zat de een op de ander. Hij vouwde zijn staart om die van het vrouwtje en draaide zijn geslachtsopening tegen die van het vrouwtje.

De eerste keer dat ik draaihalzen zie en dan meteen zo. Draaikonten!

(Natuurdagboek Trouw 23 mei 2013)