Dovenetels

Witte dovenetel. Foto Jeanette Essink
Witte dovenetel. Foto Jeanette Essink

Volgens de boeken bloeien ze tot oktober, maar sommige houden het twee maanden langer vol, zolang de vrieskou niet toeslaat. Dovenetels kunnen wel acht, negen maanden per jaar bloeien.

Witte en paarse dovenetels zijn heel algemeen en groeien op voedselrijke, bemeste en zelfs vervuilde grond. Ze staan in parken, in perken, in bermen, aan de voet van bomen en langs de stoeptegels. De meeste zijn uitgebloeid, de meeste zijn afgestorven, maar hier en daar kunt u doorbloeiers tegenkomen.

Dovenetels zijn doof, ze horen u niet naderen, maar hun naam danken ze aan hun onopvlambare aard. Brandnetels branden, dovenetels niet. Die hebben geen brandhaartjes op hun bladeren, de bladeren van dovenetels zijn kaal.

Ik heb zelfs eens gehoord dat het sap uit dovenetelbloemen de schrijnende blaartjes van brandnetels geneest. Nooit geprobeerd, ik blus netelbrand altijd met gekneusd weegbreeblad.

De groene stengels van witte dovenetels zijn hoekig en hol. Ze zijn, anders dan de bladeren, behaard. De stengels van paarse dovenetels zijn dat allemaal wat minder. Ze zijn wel groen, maar lopen onder de bloem vaak paars aan, net als de bladeren vlakbij de bloemen.

Beide dovenetels zijn in trek bij sommige nachtvlinders, bij hommels en bij bijen. Die vliegen nu niet meer rond. In maart wel, dan komen de paarse dovenetels alweer op gang voor het nieuwe seizoen en dan zijn ze een geliefde gastheer of –vrouw voor de nieuwe generatie aardhommelkoninginnen die een nestholte zoeken. Witte dovenetels komen in april weer op gang, maar zijn nu iets meer geneigd tot doorbloeien.

De lipbloemen van dovenetels lijken op opengesperde monden. Die van de witte zijn wit, van de paarse paars.

(Natuurdagboek Trouw 17 dec. 2013)