Dove vogelaars

Staartmees. Foto Jeanette Essink
Staartmees. Foto Jeanette Essink

Toen ik vijftien was, zei ik op eens iets tegen mijn vader over de tjirpende krekels. “Krekels?” Hij hoorde ze niet. Afgelopen zomer maakte mijn zoon hetzelfde mee met mij. Wat je niet hoort weet je niet en wat niet weet dat niet deert.

Ik weet het nu van die krekels. Wie weet wat ik nog meer niet hoor. Ik liep eens met vogelonderzoeker Rob Bijlsma door het bos. Rob is nog bejaarder dan ik. Toch hoorde ik niet eens alle vogels die hij hoorde.

In een voetnoot bij een stuk op de site van Sovon Vogelonderzoek Nederland schrijft Rob over de Zweedse vogelonderzoeker Tony Foucard. Foucard telde vogels en toen hij zijn tellingen op een rijtje zette, bleek het goudhaantje in twintig jaar te zijn afgenomen van 34 tot 1. De staartmees kelderde van 17 naar 3, de heggemus van 28 naar 0. Dat zijn drie vogels die zachte, hoge geluidjes maken. Toen Foucard in 1999 – hij was 63 – een gehoorapparaat kocht, schrok hij. De vogels waren niet verdwenen, hij had ze alleen niet gehoord!

Zulke verhalen brachten de Canadese auteurs van een broedvogelatlas ertoe de vogelaantallen te relateren aan de leeftijd van hun waarnemers. Van dertien van de drieënveertig vogelsoorten was de trefkans significant lager bij waarnemers van boven de vijftig. Negen soorten met een hoog geluid waren bij hen het zeldzaamst. Daardoor leken die sterker in aantal af te nemen dan het geval was.

De Canadezen concludeerden dat vogelaars van boven de vijftig jaar zich beter kunnen inzetten voor veldwerk waarbij het gehoor onbelangrijk is. Nesten zoeken bijvoorbeeld, vogelgedrag en voedselkeus in kaart brengen. Rob stopt met op het gehoor vogels inventariseren. Ik overweeg een gehoorapparaat.

(Natuurdagboek Trouw maandag 28 dec. 2015)