Dorstige akkervogels in de tuin

Koolmees op schotel. Foto Koos Dijksterhuis
Koolmees op schotel. Foto Koos Dijksterhuis

Het vriest twee dagen en vooral nachten. Het water achter ons huis vriest dicht. Ik strooi ’s morgens zaad, brood en meelwormen en ververs het water in het drinkbakje. Ik loop nog niet weg of er ploffen twee koolmezen achter me neer.

De mezen willen water. Maar ze drinken niet uit het bakje. Ze drinken van het plasje rond het ijs dat ik uit het drinkbakje heb gemept. Kennelijk geven mezen de voorkeur aan water dat zo ondiep is als één druppel. Het bakje is meer iets voor merels.

Het plasje sijpelt weg en bevriest. Om de mezen ter wille te zijn, zet ik een plat schoteltje neer. Eerst probeer ik het gevuld met water uit de keuken naar buiten te dragen, maar ik zie na één beweging in dat zulks een heilloze onderneming is en vul het schoteltje vervolgens buiten met water. Zo’n schoteltje bevriest alleen snel weer.

Enfin, op het voer komen behalve koolmezen vooral vinken en merels af, benevens twee kauwen en twee houtduiven. De kauwen pikken in tien minuten het hele voederhuisje leeg, de houtduiven ruimen de op de grond gevallen korrels op.

Ze zien er altijd wel een paar over het hoofd en precies onder mijn voederhuisje groeit een frisgroene pluk tarwe. In de nazomer zorgen de rijpe aren voor een kleine voedselvoorraad voor vogels. En zo worden mezen, merels en vinken tegen wil en dank akkervogels.

Maar nog even over die mezen. Die komen af op het water. Pas na een paar teugen pikken ze een meelworm op. Eerst water! Daarna vliegen ze er met een meelworm blij vandoor.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 18 feb. 2016)

Dorstige akkervogels in de tuin
DELEN