Dode spreeuwen

dode spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis
dode spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Afgelopen voorjaar was er ophef over spreeuwensterfte. In Heerenveen waren in maart vijftig dode spreeuwen onder een boom gevonden. De boom maakte deel uit van een slaapplaats van duizenden spreeuwen. Volgens de gemeente Heerenveen zou er wel een boomtak afgebroken zijn en waren de  slapende spreeuwen doodgevallen. Ik moest meteen denken aan dat kinderliedje over vogels op een tak: ‘O, als die tak, als die tak eens brak / hindert niets, want vogels kunnen vliegen’. De Partij voor de Dieren dacht dat de vogels vergiftigd waren door het eten van in landbouwgif gedrenkt suikerbietenzaad. We zullen de doodsoorzaak nooit weten, want alle dode spreeuwen zijn meteen vernietigd.

In Amerika zijn spreeuw-achtige zwermen met gifvliegtuigjes bespoten, alsof het sprinkhanen waren. In Nederland bewerken wij bietenzaad met gif, om insecten te weren. Ik sprak een terreinbeheerder die tarwezaad had besteld om te zaaien voor akkervogels. Het zaad bleek gifgroen te zijn. Om elke tarwekorrel kleefde een laagje pesticide. Gek idee toch, voor een voedingsgewas.

Spreeuwen leven in tuinen, parken, bossen en op het platteland. Ze zijn meer weidevogel dan akkervogel, ze peuren larven uit grasland. Maar ze zijn ook gek op zaden en fruit, dus ik kan me indenken dat ze bietenzaad proberen.

Jammer is het wel. Spreeuwen gaan toch wel dood, daar hoef je ze geen handje bij te helpen, met bietenzaad niet en met sproeivliegtuigjes niet. De spreeuwenstand zakt gestaag verder, het platteland is ook voor deze alleseters een steeds schralere Hans. Ik ben blij dat er in mijn tuin nog spreeuwen zingen. Ze hebben een breed repertoire. Ze doen andere vogels na of fluiten tevreden voor zich uit, hoog in een boom.

(Natuurdagboek Trouw 20 juni 2013)