Eén dag voor dieren

Dierendag en een muts van zeehondenbont
Warme muts van zeehondenbont. Foto Koos Dijksterhuis

Dierendag is de dag der dieren. Wij binden onze labradors een strik om en voelen ons een dierenvriend. Onderwijl blijven we dieren gebruiken om ons te behagen en te voeden. Om dat zo goedkoop en winstgevend mogelijk te doen, maken we het leven van de meeste dieren tot een hel. Wilde dieren ontnemen we zelfs het leven, door hun leefgebied te verwoesten.

Dostojewski schreef eens over een petitie aan God. Enkele bijbelse helden zagen hoofdschuddend hoe God wraak nam op wie Zijn naam ijdel had wagen te gebruiken. De zondaren moesten branden in de hel. Geen duizend jaar, geen duizend maal duizend jaar, maar eeuwig. Na een miljard jaar branden zouden de zondaren nog geen fractie van hun lijdensweg achter de rug hebben. Dat viel toch niet te rijmen met Gods legendarische vergevingsgezindheid? De helden stuurden een delegatie naar God, onder leiding van Maria. Zij pleitten voor coulance en Maria wist met haar hertenogen de Here der Heerscharen te vermurwen. In Zijn oneindige barmhartigheid en goedertierenheid streek God de hand over Zijn hart en kondigde één dag per jaar af, waarop de brandenden uit het vuur mochten om hun blaren en derdegraads brandwonden te likken. Daarna gingen ze weer het vuur in.

Eén dag per jaar.

Vergeleken met andere dieren zijn wij mensen op aarde oppermachtig. Terwijl wij de bodem en het water vergiftigen, de zee leegvissen, de bossen kappen en de dieren met miljoenen per dag doden, geven wij een gestrande walvis palliatieve begeleiding en laten wij onze kat opereren. Als dieren tot ons konden bidden, zouden ze onze motieven ondoorgrondelijk vinden.

Vandaag zijn wij hun vriend. Eén dag. Morgen gaan ze weer het vuur in.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 4 okt. 2016)