Dennen planten, dennen trekken

Niet getrokken den, Foto Koos Dijksterhuis

Schrijver A.J. Snijders stuurt zijn abonnees een zeer kort verhaal over twaalf dennen die hij onverwacht cadeau krijgt. ‘Ze liggen’, schrijft hij, ‘met kluit, in de achterbak van een auto met een Pools nummerbord. Nu moeten we natuurlijk opletten, Polen worden besproken in ons land.’ De dennen lagen met kluit en al elfhonderd kilometer in de auto. Daar ging een geschiedenis aan vooraf over bureaucratische intriges van de dienst bosbeheer, maar wat Snijders meer raakt, is dat de bomen van 1500 meter hoogte komen. ‘Dat de dennen nu verder moeten in het winderige laagland’, schrijft hij, ‘brengt mij ertoe ze dicht bij elkaar te planten, zodat ze steun hebben en zacht in het Pools met elkaar kunnen fluisteren. Maar mijn vrouw zegt dat ze elkaar op zo’n manier zullen verstikken, en de buurvrouw valt haar bij.’

Ze zullen wel gelijk hebben, op 1500 meter zijn de bomen vast aan kou gewend. Snijders haalt de schop weer uit de schuur en doet het werk over.

Twaalf dennen. Hopelijk redden ze het en ik hoop dat Snijders ze de twaalf apostelen noemt. Ik ben vaker een dozijn even oude bomen met die naam tegengekomen.

Ondertussen valt er een verslag van Natuuurmonumenten op mijn deurmat, over het duinherstel op Schiermonnikoog. De duinen werden overmeesterd door dennen, die nu gekapt zijn of uitgetrokken. Dennen trekken; op de hei gebeurt het ook. Heide schonen, heet dat. Heide schonen, duinherstel; laat de twaalf apostelen het niet horen. Waarom moesten ze eigenlijk weg uit Polen?

Snijders vraagt het de gever, die de bomen kocht van de kwekerij voor jonge bosaanplant. Het zijn bergdennen, de soort die op hoge bergen de boomgrens trekt.