De zachthorende wasmot

Naarmate ik ouder word, word ik dover. Als ik op een zwoele zomeravond opmerk hoe stil het is, blijken anderen een muur van krekelgetjirp te horen. Als kind kon ik nauwelijks geloven dat mijn vader de krekels niet hoorde. Nu hoor ik ze zelf niet meer. Krekels produceren hoge geluiden. Kinderen horen geluiden tot rond de twintig kiloherz, maar mijn versleten oren komen niet verder dan ik schat vijftien. Er zijn hondenfluitjes, die honden horen maar mensen niet. Met zulke hoge tonen proberen autorijders steenmarters bij hun auto weg te houden. Ik weet een straatje waar meerdere steenmarterfluitjes fluiten. Continu klinkt daar hoog gepiep; voor katten, honden en wellicht sommige kinderen lijkt me dat heel vervelend. Ook voor steenmarters lijkt me dat vervelend, maar niet vervelend genoeg om een autokabel te versmaden.

Sommige kinderen horen zelfs de klanken van vleermuizen. Vleermuizen nemen met echolocatie hun omgeving waar. Ze doen dat met frekwenties die op kunnen lopen tot ruim tweehonderd kiloherz. Als nachtvlinder zou je enorm mazzelen als je die tonen kon horen. Laatst is bij een nachtvlinder ontdekt dat die soort dat ook kan. In het tijdschrift Biology Letters publiceerden Schotse onderzoekers over de grote wasmot, die driehonderd kiloherz kan horen, hoger dan welk ander dier ook. Wasmotrupsen eten bijenwas. Een wasmot glipt langs wachtbijen een bijenvolk binnen, om honderden eitjes te leggen.

Voor de grote wasmot moet dat extreme gehoor een opsteker zijn van jewelste, al vind ik het overdreven om nog veel hogere tonen te kunnen horen dan vleermuizen voortbrengen. Er moet nog een voordeel aan die zachthorendheid kleven. Onderlinge communicatie die geen vijand kan horen, misschien. Mij hoeven ze niet te duchten, ik zal ze zeker niet horen.

(Natuurdagboek Trouw 7 aug. 2013)