De wonderbaarlijke verdwijning van een rugstreeppad

Rugstreeppad in bunker. Foto Koos Dijksterhuis
Jonge rugstreeppad op pad. Foto Koos Dijksterhuis

Het barst van de rugstreeppadden op Schiermonnikoog. In de lente gonzen de vochtige delen van het eiland ’s avonds van het paddengeratel: “rrrrr, rrrrr”. Ik heb eens een overdag ratelende pad beslopen. Hij ratelde vlak voor me, maar ik zag hem niet. Ik hoorde weleens rugstreeppadden achter ons vakantiehuisje, maar ook daar zag ik ze nooit.
En nu ineens twee.
Ik wandel met iemand over het eiland en we beklimmen het hoogste duin, waarna we in dat duin afdalen. Er staat namelijk een enorme bunker op en gelukkig heeft Natuurmonumenten die een keer heropend. In bunkers broeden boerenzwaluwen, er overwinteren salamanders en mensen zoeken er avontuur. Ze drinken er, getuige de blikjes, en ze plassen er, getuige de stank.

Het is aardedonker in de bunker. Met een telefoon schijnen we rond. Hee, daar loopt een pad. De rugstreep bewijst dat het een rugstreeppad is. Die komt hier nooit uit. Rugstreeppadden moeten zon hebben, daarom leven ze op terrein waar kaal zand is. Kaal zand met water. Langs de rivieren, in de duinen en in bouwputten duiken ze op. In de Noordoostpolder zijn er veel en ze hebben de opgespoten gronden bij Almere ontdekt. Voor padden zijn die beesten snel ter been. Ze trippelen meer dan dat ze hippen.
Wij zullen hem redden, maar maken eerst een foto. Flits! Een moment is het donker, daarna gaan het lichtje weer aan, maar weg is de pad. Hij moet er zijn, maar we zien hem nergens. Wat een wonderbaarlijke verdwijning!
Later komen we een jong rugstreeppadje tegen op de Reddingsweg, het graspad door de moerassen. Als we hem met de hand de weg versperren, probeert hij eroverheen te klimmen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 19 aug. 2014)