De woeste wildernis van Nederland

Booreiland, © Henk Jan Panneman

Kester Freriks wil ‘De zinswending “Nederland kent geen wildernis” logenstraffen’, schrijft hij in zijn boek Verborgen wildernis, Ruige natuur & kaarten in Nederland. (Athenaeum / Polak & van Gennep, €34,95) Freriks vindt wildernis in de Biesbosch en op de Boschplaat, maar ook in het intensieve bouwland van de afgegraven Veenkoloniën in Oost-Groningen. Overal houdt natuur stand, wurmt natuur zich door de kieren van de verwoestende beschaving. Het Oldambt in de graanstreek bij de Dollard is akkerland op honderdvijftig jaar oude polders. Maar de weidsheid ervan, die ene coupure in de eindeloze zeedijk; Freriks ervaart en beschrijft het aan de hand van de luchten, het licht, de geschiedenis, waardoor het cultuurland een oerlandschap wordt. Dat grensgebied tussen natuur en mensenwereld spreekt mij zeer aan.

Freriks zou geen natuurliefhebber zijn als hij niet ook kon treuren om wat we vernietigd hebben. Hij bezoekt de Rotterdamse haven langs de Nieuwe Waterweg en kijkt er ´s nachts naar onze verworvenheden. Ooit lagen hier waanzinnig vogelrijke eilanden, zoals De Beer. En nu? ‘Rondom mij, van horizon tot horizon tekent zich het summum van het westerse beschavingsoffensief af, een onafzienbare muur van aluminium, beton, golfplaat, rook, buizen en schoorsteen die als een vloedgolf op me afkomt.’ Freriks voelt zich verwant met de ouderwetse vagebonden die over de hei zwierven: ´Als wild opgejaagd te zijn in een woestenij (…).’ Woestenij, wildernis. Ooit waren bossen en moerassen de woeste gronden die ons bedreigden. Nu zijn het industriegebieden, bedrijventerreinen, havens.

Kesters boek is door Jan Werner royaal voorzien van oude plattegronden. Daarop is te zien hoe woest en ledig Nederland eens was. Lekker mijmeren… Prachtig boek!