De twee gebroken harten van dalkruid

Dalkruid. Foto Jeanette Essink
Dalkruid. Foto Jeanette Essink

Hij mag dan familie zijn van de asperge, eetbaar is dalkruid niet. Wel is het een mooi plantje. Ik kan vaak niet op z’n naam komen. Dan denk ik aan daslook, dat meestal niet verweg eveneens wit staat te bloeien. Dalkruid begint meestal eerder te bloeien maar overlapt in bloeitijd met daslook. Daslook, dalkruid… Maar daslook is eetbaar, terwijl dalkruid giftig is. Zowel daslook als dalkruid groeien op de bodem van loofbos, bij voorkeur beuken- of gemengd eiken-beukenbos. De Nederlandse bossen zijn de westelijke grens van het leefgebied van dalkruid, dat de hele Europese laagvlakte omvat, voorzover dat nog beloofbost is.

Dalkruid is een rechtopstaande, maar klein blijvende plant met twee blaadjes, waaraan het zijn naam in wetenschapslatijn dankt: bifolium. Die groene blaadjes zijn hartvormig en staan tegenover elkaar. Er komt vervolgens een bosje bloemen tussenbeide. Bovenop de stengel vormen die met elkaar een trosje van bolletjes. Eerst verschijnen de onderste bolletjes. Van groen worden ze wit, waarna ze zich openvouwen tot sterretjes en daarna hun punten naar achteren wegvouwen. De meeldraden en stempellobben blijven uitdagend naar buiten steken. Op hun geur komen muggen, zweef- en andere vliegen af, die meehelpen met de bestuiving. Na de bloei groeit het vruchtbeginsel uit tot een bes met één of twee zaden. Dan staat er geen trosje bloemen maar een trosje bessen tussen beide blaadjes. Die bladeren kwijnen weg als twee gebroken harten. De bessen zijn eerst groen, dan gespikkeld paars en uiteindelijk felrood. Ze zijn niet eetbaar.

Als de bosbodem niet te droog maar ook niet venig is, en bedekt wordt door een rulle humuslaag, kan dalkruid zich uitbreiden via wortelstokken. Dan kunnen tapijtjes van dalkruid de bosbodem bedekken.

(Natuurdagboek Trouw maandag 9 mei 2016)