De trek is begonnen

Fitis. Foto Koos Dijksterhuis
Fitis. Foto Koos Dijksterhuis

Hoewel de zomer juist op dreef komt met hoge temperaturen, is de herfsttrek van vogels al begonnen. Zodra de eerste eieren gelegd, kuikens uitgekomen, legsels mislukt zijn, zijn er flierefuitende oudervogels die de boel de boel laten. Dat begint eind juni, en neemt in juli ernstiger vormen aan.

Intussen zijn allerlei in het hoge noorden broedende strandlopers, plevieren en ruiters op de wieken naar het zuiden. Net als voor de broedgebieden geldt voor de winterverblijven: wie het eerst komt, krijgt het beste maal.

Je kunt nu in natte natuurgebieden visarenden zien, oeverlopers, zwarte ruiters, kleine strandlopers, reuzensterns. Allemaal op trek. Let wel: de vogeltrek neemt de komende weken toe, en bereikt ver in september zijn piek, maar sommige soorten trekken vroeg, en binnen soorten zijn er vroege en late individuen. Vogels spreiden hun zwarte zaterdagen over de hele week en over drie maanden.

Van onze broedvogels zijn ook al diverse klaar. Grutto’s, voor zover ze nog aan broeden toegekomen zijn, hebben de graslanden verlaten, verzamelen zich voor de trek of zijn al onderweg. Kokmeeuwen beginnen ook samen te hokken, hun donkerbruine kappen verbleken reeds. Koekoeken zijn al weg, maar sommige van hun, door andere soorten uitgebroede, jongen hangen nog rond. Spotvogels, gierzwaluwen en wielewalen kwamen vrij laat in de lente aan, en zijn nu al aan hun terugreis begonnen. In wezen wonen die vogels in zuidelijke streken en komen ze hier even op bezoek om te broeden, als er een insecten- en larvenaanbod is.

Fitissen en veel andere zangvogels vertrekken ’s nachts, je merkt er niets van. Alleen als je erop let, merk je op een dag dat ze weg zijn. De overscherende en -gierende gierzwaluwen laten elk jaar een gemis achter.

Huiszwaluwen blijven gelukkig nog een tijdje, die voeren vaak nog hun tweede leg. En de laatste boerenzwaluwen blijven zelfs hangen tot begin oktober.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 11 augustus ’20)