De terugkeer van de spatelzwam

© Koos Dijksterhuis

Er kwam mail van Meint Mulder. Meestal bevatten ’s mans berichten foto’s van bizarre natuurverschijnselen, met de vraag: weet jij wat dit is? Wat zou hij me nu weer voorleggen? Maar nee, hij laat weten dat de spatelzwammen er weer staan, in het Vledderbos, en of ik ze al gezien heb, hij kan verklappen waar. Ik heb ze niet gezien en wil er graag even op uit. Het Vledderbos ligt verrassend genoeg niet bij Vledder, maar bij Stadskanaal. Ik ben er vaak langsgereden, maar nooit in geweest. Laten we dus gaan. Het is een jong bos, aangelegd vol lange, rechte paden en sloten. Zichtlijnen, zeggen landschapsontwerpers.

Vorig jaar ontdekte paddestoelenkenner Bert Oving in het Vledderbos duizenden spatelzwammen onder lariksen. Dooiergele spatelzwammen om precies te zijn; Spathularia flavida. Ze steken als spatels of verkeersbordjes, soms als knotsjes uit de grond. Ze zijn inderdaad eigeel en bovendien klein: twee, drie centimeter. Ze haalden vorig jaar deze krant, want het was de eerste keer sinds 1955, oftewel sinds 55 jaar, dat de zwammen in Nederland waren gevonden.

En dan ineens zijn ze er weer. Ze zullen er wellicht eerder geweest zijn, er moet maar net een herontdekker van uitgestorven paddestoelen gebukt onder de lariksen door schuifelen. Maar toch.

Spatelzwammen groeien op verschillende bodemtypen, maar niet op klei. Athans, zo was het tot 1955. De bodem onder het Vledderbos lijkt mij de zandige, ietwat lemige ondergrond van afgegraven veen, maar zeker weet ik dat niet. Wel zeker is dat de paddestoelen gedijen in het bruine tapijt van gevallen lariksnaalden.

Leuk hoor, zo’n verloren zwam die terugkeert. Tevreden kloppen we, met dank aan Meint Mulder, de naalden uit onze capuchons.